06-10-05

De satire is terug

De satire is terug!

 

Het zal zowat 25 kg geleden zijn dat Herman Van Molle op de VRT de Gouden BeRTjes uitdeelde en tijdens die feestelijke zitting leuke prikjes meegaf aan iedereen, van laag tot hoog.

 

Dat moet het laatste stukje, brave, satire geweest zijn dat we op de openbare omroep nog zagen. Een programma zoals Magesien was al veel langer onmogelijk geworden. Echo dateert van nog vroeger.

 

Oertalenten zoals Jan Van Rompaey of Frans ‘Sus’ Verleyen kozen eieren voor hun geld en begonnen ernstig journalistiek werk te doen.

 

Met ‘In de Gloria’ leek het er even op dat de VRT terug met zichzelf en met anderen zou kunnen lachen, maar het was meer een balletoefening van beloftevolle debutanten die huppelend elke zere teen op de eerste rij trachten te vermijden.

 

Nu is de satire terug op de VRT. En hoe!

 

Bloedernstige programma’s worden door de échte figuren nagespeeld met een nep-onderwerp alsof het allemaal echt is. De realiteit wordt hilarisch uitvergroot tot je onder de tafel rolt van het lachen-gieren-brullen.

 

Ik ben niet de man van grote emoties. Ik zal stil lijden of me intiem amuseren. Maar je zal me zelden zien wenen of horen bulderen. Toch zat ik gisteravond luidop te schateren.

 

Het was een programma van ongeveer 10 minuten dat net na Terzake werd uitgezonden. Het programma had niet eens een naam en men trachtte de indruk te geven dat het zelfs een onderdeel van Terzake was. Aan alle details was gedacht!

 

De protagonisten waren Phara de Aguirre en Paul D’hoore. Zij zetten met een uitgestreken gezicht een boompje op over een zogezegde kunstenaar die stront in pakskes verkocht, dat – helemaal in de geest van Fientje Moerman – aanpakte zoals een echte zakenman en zijn minionderneming met een heuse prospectus zelfs openstelde voor publieke aandeelhouders die obligaties konden kopen. Hun rendement zou ‘shit’ zijn.

 

Het scenario was geweldig. Fantasten, zoals een Panamarenko die de hele wereld in het ootje nemen omdat iedereen toch zo graag geleerd wil overkomen, en die in hun vuistje lachen terwijl ze hun knabben tellen, werden genadeloos ontmaskerd met het haarfijne scalpel van de genadeloze satiricus.

 

Phara en Paul speelden hun rol grandioos. Dergelijke fijnzinnige humor zou meer op het scherm mogen komen.

 

Of, was het misschien niet zo bedoeld? Was het misschien tóch een onderdeel van Terzake? Was het misschien tóch allemaal doodserieus? Was dit het antwoord van de nieuwsredactie op de vraag van de voogdijminister naar meer cultuur op de VRT?

 

Tja, in dat geval was het helemaal satire. Met Geert Bourgeois als mikpunt.

 

Satire, van een strategische en wansmakelijke soort.




21:23 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Aan den arbeid!

En als we nu eens zouden beginnen werken?

 

Een overeenkomst is altijd een vrijwillige afspraak tussen partijen. Zolang de omstandigheden van het begin niet veranderen, moeten ze zich aan die afspraak houden. Of er nu een handtekening onder staat of niet, doet voor mij niets ter zake. Een gegeven woord moet volstaan. Als ik iemands woord niet geloof, dan vertrouw ik zijn handtekening ook niet. Bovendien staat nog ergens in een oude wet dat ‘een koop gesloten is wanneer twee boeren elkaar de hand drukken’.

 

Het gebeurt, dat de afspraak door een van de partijen niet helemaal uit vrije wil gemaakt werd. Als er doelbewuste misleiding in het spel is of er wordt gedreigd en druk uitgeoefend, is de afspraak ongeldig. Anders is het gesteld, als de ene partij door de wet van de sterkste of de wet van vraag en aanbod niet anders kan dan de afspraak aangaan. In zo’n geval komt het erop aan van langs de juiste kant te kunnen staan…

 

Ook een arbeidsovereenkomst, het woord zegt het zelf, is een belangrijke overeenkomst. Ze wordt aangegaan door een werkgever en een werknemer. Ze doen dat allebei vrijwillig. De werkgever denkt dat de werknemer een bijdrage kan leveren aan zijn bedrijf en is bereid om daar een o.a. financiële vergoeding voor in ruil te geven. De werknemer heeft arbeid, inspanning, dienstverlening of kennis te bieden en verwacht daarvoor in ruil o.a. een financiële tegemoetkoming. Beide partijen brengen hun respectievelijke vraag en aanbod bij elkaar en sluiten een overeenkomst.

 

Heeft de werkgever echter zeer dringend een bepaalde kennis of praktische hulp nodig, zal hij er misschien noodgedwongen meer voor moeten betalen dan het hem waard is. Aan de andere zijde zal de werknemer zich misschien met minder moeten tevreden stellen indien er velen dezelfde prestatie aanbieden en er weinig vraag naar is.

 

Hoe dan ook, eens ze een overeenkomst hebben, zijn ze er allebei door gebonden. Behalve uiteraard, indien de werkgever zou gedreigd hebben het huis van de sollicitant in brand te steken indien hij niet voor weinig geld wil werken, of als de toekomstige werknemer een overeenkomst zou afgedwongen hebben met de dreiging dat hij de kinderen van de werkgever anders zou ontvoeren. Dat is nogal duidelijk!

 

Voor het geval een van beiden zich zou vergist hebben, is er meestal een proefperiode voorzien waarin de overeenkomst eenvoudig kan beëindigd worden, zonder dat er een schuld moet zijn en dus zonder gezichtsverlies.

 

Uiteraard, kan na enige tijd de herziening van de overeenkomst onderhandeld worden. Maar alleen als alle partijen dat zinnig vinden en dan zonder dwang en zonder vrees.

 

Er is geen enkele reden om iemand, die tien jaar steeds hetzelfde werk doet, plots meer te betalen omdat hij tien jaar ouder is geworden. Indien een werknemer in zijn privé-leven besluit te huwen, een reeks kinderen te maken, in een te chique auto wil rijden, boven zijn stand bouwt en elk jaar een exotische vakantie wil, is dat zijn goed recht, maar dat maakt niet de zaak uit van de werkgever omdat de overeenkomst alleen maar op de arbeidsprestaties is gebaseerd.

 

Dat de werkgever plots goede zaken doet of meer winst maakt dan voorzien, verandert de overeenkomst evenmin. Waarom zou de werknemer moeten delen in de tijdelijke winst? Hij deelt immers ook niet in het tijdelijke verlies. De werkgever vangt de marktschommelingen op, de werknemer kiest voor zekerheid in goede én in slechte tijden.

 

Bovendien is het de allereerste opdracht van een onderneming, van winst te maken. Alle andere waarden zoals respect voor het milieu, sociale betrokkenheid, enz… komen op de tweede plaats omdat ze ook alleen maar kunnen gerealiseerd worden als er eerst winst werd gemaakt. Zuerst dass Fressen und dan die Moral, of in het Vlaams van Ernest Claes: eerst het brood en dan het kruis.

 

Vindt een van de partijen na enige tijd dat de overeenkomst moet herzien worden en de andere partij vindt dat niet, dan is het altijd mogelijk om – mits bepaalde vormvereisten te respecteren – de overeenkomst te beëindigen zodat de verongelijkte partij een eigen weg kan gaan, op zoek naar een betere toekomst. Geen enkele werknemer is verplicht bij zijn werkgever te blijven. Als het elders beter is, staat het hem vrij zijn kans te nemen. Net zoals niemand verplicht is te blijven wonen in een land waar hij het niet naar zijn zin heeft.

 

Daarom is het een vorm van georganiseerde misdaad dat een witteboordenbende, die zich schuldig maakt aan maatschappelijk terrorisme, die geen enkele verantwoordelijkheid neemt in het bedrijfsleven noch in het sociale leven, die zelfs juridisch niet eens bestaat en als een schimmige maffia opereert, het wapen van de staking hanteert terwijl partijen nog volop met elkaar aan het onderhandelen zijn. Staking is geen recht. Iets met het mes op de  keel afdwingen, is diefstal en chantage – nooit een verworven ‘recht’.

 

Er is een tijd geweest dat de werknemer zijn eigen loon kon bepalen. Vandaag bepaalt de werkgever in welk land hij produceert. Als vakbonden dat niet begrijpen, zijn ze uit de tijd en moeten ze zo snel mogelijk ontbonden worden om onze economie en het welzijn van de werknemer veilig te stellen.

 

Bovendien bedriegen ze hun eigen leden. Hoe meer leden werkloos zijn, hoe hoger de inkomsten van de vakbonden. Stakingen worden uitgeroepen op een vrijdag of een maandag. Maar voor één werkdag staken, moeten ze hun oorlogskas niet aanspreken en zijn het de leden die hun loon derven zonder compensatie. Natuurlijk, wie zo dom is te willen lid worden van dergelijke organisatie, verdient niet beter.

 

Vakbondsleden vergeten ook dat ze 'hoofdelijk aansprakelijk' zijn voor elke beslissing van de feitelijke vereniging die vakbond is. Dit betekent, als de vakbond zou over kop gaan door bijvoorbeeld wanbeheer of gesjoemel aan de top, de deurwaarder bij elk lid afzonderlijk kan aankloppen en het huis, de inboedel, het speelgoed van de kinderen, de verzameling cd's en dvd's, enz... openbaar laten verkopen. Welke normaal denkende mens wil nu er zelf nog voor betalen om dat risico te lopen?!

 

De conclusie van het eindeloopbaandebat kan heel eenvoudig zijn: gedaan met leuteren en knuffelen, aan den arbeid! 



11:16 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

04-10-05

De nieuwe kleren van de keizer

De nieuwe kleren van de keizer

 

Ik blijf er versteld van staan, dat de wereld nog steeds draait. Waarom is de koning niet afgetreden? Waarom is er geen nationaal rampenplan afgekondigd? Waarom heeft Bert Anciaux zich niet vrijwillig laten colloqueren? Waarom is Paul Goossens geen relatie begonnen met Yves Desmet en heeft Tom Lanoye zich niet op Martine Tanghe gestort? Waarom is het eindeloopbaandebat niet even stilgelegd? Waarom heeft geen Amerikaanse tornado zich afgewend in de richting van ons land? Waarom hebben 10 miljoen Belgen geen half uur lang de adem ingehouden, gevolgd door 10 miljoen minuten stilte? Wat moet er dan gebeuren voor hier eens écht gereageerd wordt en niet alleen met een gedeeltelijke zonsverduistering? Ik begrijp het niet.

 

Waarom had er dan iets moeten gebeuren? Wel, Geeraert heeft gesproken en hautain gezegd dat hij de analfabete neanderthalers in dit land de rug toekeert omdat ze Hem niet waard zijn. En dat laten we zomaar gebeuren? We verdienen niet beter dan! Hoewel...

 

Geeraert heeft op tv, met Siegfried Bracke als getuige, aan minister Anciaux verklaard dat Bert niet meer op hem moet rekenen. Geeraert zal zich niet bezighouden met de ontwikkeling van een architectuurproject in Gent. Want Geeraert is boos omdat daar geen overbodig Forummonster komt dat hem een vetbetaalde baan en een mooie fin de carrière in zijn eigenste geboortestad zou kunnen bieden.

 

Geeraert is zelfs zo boos dat hij dreigt met dit apenland vol cultuurbarbaren te verlaten. Heu, verlaten... is eigenlijk veel gezegd. Hij is hier al lang weg, maar komt tussendoor nog eens terug om vanuit zijn ongebreidelde wijsheid de les te spellen aan de cultuurvrekken die hier de vinger op de portemonnee houden. Zal dat dan nu veranderen? Zien we hem nooit meer weer?

 

Nadat hij in Brussel de Muntschouwburg met een bodemloze put opzadelde, vertrok hij naar Oostenrijk. De verkiezing van een rechtse partij greep hij er aan als alibi om nog net de eer aan zichzelf te kunnen houden voor zijn raad van Bestuur hem het deksel op de neus kon drukken. Thans is hij directeur van de Opéra in Parijs en hij werd dus ook in Aken gevraagd. Dat 'onthulde' hij in Terzake, alsof ons een unieke kans door de neus geboord was. Aken dan maar, als Gent zijn genie toch niet erkent.

 

Maar zullen we hem missen, als hij hier toch al zo lang weg is? Wie kent hem eigenlijk? Buiten een kleine luidruchtige elite, heeft nooit iemand van hem gehoord.

 

Geeraert is dr. Gerard Mortier. Neen, de man is geen arts, maar jurist. Die titel heeft evenmin iets te maken met de muziekwereld waarin hij al zijn hele leven actief is, maar in Oostenrijk leerde hij dat titels kunnen indruk maken. In het land van de jodelende bergen wordt zelfs een leesmoeder ‘Frau Professor’ genoemd.

 

Geeraert was ooit de assistent van Jan Briers, die het Festival van Vlaanderen oprichtte. Daar leerde Geeraert, die toen nog Zjerraarke heette, wat autoritair gedrag is en hoever je het kan schoppen als je de tegenpartij maar genoeg bedreigt en desnoods ridiculiseert. Want dat is het geheime wapen van wie links predikt en rechts graait: zorg dat je iedereen die het niet met je eens is of niet deemoedig aan je voeten ligt, belachelijk maakt tot die zich schaamt.

 

Wat betekent eigenlijk Geeraert Mortier, die zo graag als een schaduwminister voor cultuur de les komt spellen? De man praat al z’n hele leven over kweeltoneel, maar hij kan niet zingen, niet componeren, niet dansen, niet acteren, niet regisseren, niet koersen of tennissen. Hij bespeelt geen enkel instrument, hij heeft geen onderneming uit de grond gestampt en is zelfs geen manager. Hij is een ‘intendant’. Dat is iemand die lobbyt en dreigt tot hij genoeg gemeenschapsgelden loskrijgt om ze daarna in een prestigieuze put te storten. Hij benadrukt daarbij dat zijn megalomane projecten absoluut niet elitair zijn, maar dat het domme klootjesvolk dat niet wil inzien. Hij is zo’n groot genie, dat Vlaanderen te klein is voor hem. Maar niemand is sant in eigen land, en nog meer van die intimiderende flauwekul.

 

Eigenlijk zijn zelfverklaarde cultuurpausen zoals Geeraert en anderen, lefgozers die voor heel veel poen prachtige stoffen verkopen aan de maatschappij. Ze zijn doorweven met gouden vezels, oogstrelend van kleur en vol schitterende motieven. Die dure stoffen hebben zelfs nog een andere eigenschap. Wie niet geschikt is voor zijn taak of te dom is, kan ze niet zien.

 

Heel wat ministers, journalisten en kwetterende papegaaien hebben zich ooit een pandjesjas van die stof laten naaien en ze hebben ermee geparadeerd zoals de keizer met zijn nieuwe kleren, terwijl hun meelopers toejuichten op maat van de ingehuurde applausmeester.

 

Omdat het mij niks kan schelen dat Geeraert mij dom of onbekwaam vindt en omdat ik  gelukkig nog altijd het jongetje gebleven ben dat met kinderlijke onschuld naar de wereld kan kijken, mag ik dus roepen: “Hoooooo mensen, de keizer loopt in zijn blootje!”

 

Bert Anciaux had voor één keertje zijn gewone kleren aangehouden.



11:00 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-09-05

Zo maakt men een 'kwaliteitskrant'

Zo maakt men een

‘kwaliteitskrant’…

 

Natuurlijk heb je gehoord over de ‘gated community’ in Antwerpen, de rijke stinkerds die hun woonerf afsluiten met een traliepoort om het plebs van de Sint-Andrieswijk, de Parochie van Miserie, buiten te houden…

 

Althans zo wordt het door marginaal Antwerpen voorgesteld. Die zogenaamde Rivierstraat is immers helemaal geen officiële straat meer. Toen er 90 jaar geleden de Vismijn werd op gebouwd, gaf de stad Antwerpen haar straatrecht op. Dat er nu een weg ligt die er zoals een straat uitziet, komt omdat de bouwpromotor die het hele terrein kocht, dat zo ontworpen heeft. Ik kan in mijn tuin ook paadjes aanleggen die geen openbare weg zijn.

 

En die poort? Als jij in je living languit in de zetel zit tv te kijken, staat jouw voordeur dan nog open? Neen toch?

 

Bovendien is het Elzenhof in de Lange Elzenstraat op het Antwerpse Zuid, net zoals zovele andere gelegenheden, eveneens met een poort afgesloten voor niet-bewoners en daar kraait geen haan naar.

 

Maar daar gaat dit artikel eigenlijk niet over. Ik wil het vooral hebben over de berichtgeving die dit ‘on-nieuws’ tot bijna wereldnieuws maakte.

 

Wat is er gebeurd? Een kroegbaas van een volkscafé uit de buurt kan het niet verkroppen dat hij zijn spaargeld aan de brouwer heeft gegeven in plaats van er voor zichzelf een mooie woonst mee te kopen. In plaats van dat enkel en alleen aan zichzelf te verwijten, reageert hij zijn frustratie af op de bewoners van het nieuwe appartementencomplex, die door hard werken wel een spaarpotje konden vergaren.

 

Toevallig zit er bij hem aan de toog een journalist van ‘de krant aller proletariërs’ en ’s anderendaags wordt die poort een schandaal genoemd in De Morgen. Het verhaal is, zoals gebruikelijk, niet gecheckt en wordt eenzijdig gebracht. Enkele bewoners reageren en vragen om ook hun visie te mogen geven. De Morgen gaat daarop in en interviewt o.a. een zekere Philippe Bruel, een zelfstandige vertaler die daar een flat kocht. Het tweede artikel is vrij correct.

 

Omdat het nog komkommertijd is, stuurt Koppen een cameraploeg en geeft er nationale ruchtbaarheid aan in prime time. Alweer komt Philippe Bruel aan het woord.

En dan, enkele dagen nadien, verschijnt er ook een uitgebreid artikel in De Standaard, geschreven door Gilbert Roox. Het derde interview met Philippe Bruel.

 

Of toch niet? Want inhoudelijk is er niets aan te merken op het De Standaard-artikel. De verschillende partijen komen aan het woord en de weergave is duidelijk in de geest van wat die partijen wilden zeggen.

 

Alleen… Philippe Bruel heeft Gilbert Roox nooit gezien. De journalist van De Standaard nam gewoon de informatie uit De Morgen en Koppen als basis om een eigen artikel te schrijven, alsof hij de interviews zelf had gedaan.

 

Hopelijk heeft De Standaard hem daar geen verplaatsingsvergoeding voor moeten betalen.

 

Dergelijke vaststellingen zijn een beetje pijnlijk voor een blad dat zichzelf krampachtig blijft ‘kwaliteitskrant’ noemen.

 

Gilbert Roox is een wat verzuurde, mislukte auteur die een goeie tien jaar geleden de Vlaamse Debuutprijs voor Proza kreeg, maar na twee romans (onder schuilnaam) hoorden we er niets meer van.

 

Misschien was hij toch beter fictie blijven schrijven.

 

 

Boeiende achtergrondverhalen, verrassende onthullingen en

vlijmscherpe commentaren over de mechanismen van de media

 staan elke maand in

AN AchterhetNieuws

Maandelijks magazine over media

 

www.achterhetnieuws.be

 



09:33 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

29-09-05

Vleugellam

Vleugellam

 

Omdat het onderwerp zo delicaat is, heb ik enkele dagen gewacht met erover te schrijven. De kampen blijven verdeeld. Is het terecht dat een gehandicapte triatleet zijn toelage ontnomen wordt en dat hij zelfs met terugwerkende kracht moet terug betalen?

 

Er zijn wel wat argumenten om de beslissing te veroordelen. Al vind ik niet dat de controleurs, inspecteurs, ambtenaren,… mogen met de vinger gewezen worden. Het is hun taak om erover te waken dat gelden correct en in overeenstemming met de richtlijnen, besteed zijn. De actualiteit werpt hier een verblindende lichtbundel op ons gehandicaptenbeleid.

 

Maar wat zegt ons buikgevoel? Dat die verlamde atleet het al moeilijk genoeg heeft en dat we hem niet moeten pesten met allerlei regeltjes. Dat hij een uitstekende pr-man voor ons land zou kunnen zijn en dat we daar iets moeten voor over hebben. Dat illegalen in ons land met een koffer vol goud worden verwelkomd en alle medische zorgen krijgen, tot gratis tandprothesen en schoonheidsoperaties toe. Dat ze in sommige gemeenten hun eigen ‘villa’ mogen uitkiezen, onmiddellijk voorzien worden van alle mogelijke elektrische comfortapparatuur en een auto krijgen om zogezegd werk te zoeken. Dat, helaas net niet tot aan de maan, omhoog gekatapulteerde chirojongens de meest onzinnige beslissingen kunnen nemen als minister, daar bakken geld aan spenderen en na een paar maanden de beslissing terugdraaien wegens onwerkzaam. Dat er onvoorstelbare bedragen gespendeerd worden aan zogezegde ‘sensibiliseringscampagnes’ die alleen nuttig zijn voor de reclamebureaus die ze uitvoeren, maar die op niemand invloed hebben… Voorbeelden: er wordt nog altijd lustig vanuit het handje getelefoneerd aan het stuur, steeds meer jonge mensen steken met smaak hun paffertje aan en het zwerfvuil neemt alsmaar toe.

 

Kortom, als we willen OCMWeetje spelen voor wie het hier niet goed vindt maar elders nog ontevredener is, en als de overheid puur uit ijdelheid en geldingsdrang ons belastinggeld mag over de balk gooien, waarom gunnen we dan een verlamde atleet zijn 600 euro per maand niet?

 

Je kan deze ‘toogargumenten’, die recht uit de onderbuik komen, niet zomaar achteloos naast je neerleggen. Maar ze mogen ook geen leidraad zijn.

 

Laten we even de feiten bekijken, los van de persoon en vooral zonder te veel emotie.

 

Steungeld (invaliditeit, weduwepensioen, ziektevergoeding, leefgeld) is geen vervangingsinkomen zoals een pensioen. Een pensioen is een rechtmatige rente op verplicht afgedragen en door de overheid belegd spaargeld. Steungeld is een hulpmiddel om iemand, die door omstandigheden niet in de mogelijkheid is voor de eigen koopkracht te zorgen, in de mate van het nodige te helpen zolang die toestand duurt. Het is dus geen onomkeerbaar recht.

 

Dit dateert al van de vroegste middeleeuwen. De gilden (die zowel privé-legers waren als opleidingscentra, vakbonden en patroonsorganisaties tegelijk met meesters, broeders, leerlingen en knechten) legden toen al een spaarpotje aan om de weduwe en de kinderen van een overleden gildenbroeder of iemand met een arbeidsongeval tijdelijk te steunen en desnoods blijvend te onderhouden.

 

Laat ons zeggen dat bij ons in de eerste helft van de vorige eeuw een aantal financiële tussenkomsten geïnstitutionaliseerd werd, zoals o.a. het weduwepensioen omdat de meeste vrouwen geen eigen beroepsinkomen hadden.

 

Vandaag leven we echter in een heel andere maatschappij. De mogelijkheden, zowel voor vrouwen als voor gehandicapten, zijn uitgebreid. Bijgevolg is het logisch, indien zij in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien, dat de gemeenschap hen niet verder moet onderhouden. Steungeld van de gemeenschap is een basishulp, geen bonus.

 

Gehandicapten zijn niet altijd hulpeloos. In heel wat gevallen kunnen ze, door zich te oriënteren in een richting waar hun handicap hen niet belemmert, quasi normaal functioneren. Blinden zijn uitstekende telefonisten. Ik ken een vrouw uit Kortrijk die bij een ongeval een arm verloor en na een revalidatie een broodjeszaak uit de grond stampte en vandaag een welvarende zelfstandige is.

 

Dat iemand, al dan niet gehandicapt, alle mogelijkheden uitput om op een legale maar creatieve manier zijn inkomen veilig te stellen, is niet immoreel. Zelfs het Hof vindt een brutale vorm van belastingontwijking niet eens erg en organiseert een receptie voor Justine Henin en Tom Boonen.

 

Maar het spel moet wel eerlijk gespeeld worden. Het volstaat inderdaad niet om een vennootschap op te richten en dan te beweren dat je onbezoldigd zaakvoerder bent. Ik heb uit discretie niet de balans van de bewuste bvba nagekeken, maar de onbezoldigde zaakvoerder is tevens vennoot en kan dus een winstaandeel krijgen. Bovendien geniet hij voordelen in natura, die door de inkomsten van de bvba betaald worden. Dat is een vorm van loon, net zo goed als een bedrijfswagen belastbaar is.

 

Ik twijfel niet aan de goede en eerlijke bedoelingen van de man in kwestie. Maar mogen we ons niet afvragen dat iemand die, ondanks zijn handicap, in staat is om zoveel te reizen, manifestaties te organiseren en sterke prestaties te leveren, al deze energie ook niet zou kunnen te gelde maken tot een broodwinning?

 

En moet de maatschappij steun verlenen aan iemand die een normale broodwinning heeft?



17:04 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De hoofden van Lebak

De hoofden van Lebak
 
Ik weet dat mijn verhaal eentonig is, lezer... Maar van een eentonig verhaal val je mogelijk in slaap, het prikkelt de ogen niet. Taalfouten doen dat wel. Ik schreef er al enkele keren over. En neen, ik ben geen mierenneuker, maar er zijn dingen die niet kunnen.
 
Neem nu deze ochtend op pagina 108 van tt-één, de telektekst van VRT-één: "De nitraatvervuiling is zelfs verergert, ondanks...". Ik heb speciaal tot nu gewacht om het te melden. En wat zie ik? Ondertussen heeft de teletekstredactie de fout uit eigen beweging verbeterd.
 
Als ik hoofdredacteur Pieter Knapen was, zou ik eens controleren of het altijd dezelfde redacteur is die dt-fouten maakt, of dat ik beter mijn hele redactie de laan uitstuur en vervang.
 
Elk jaar studeren aan de Vlaamse hogescholen zo'n 1.000 jonge mensen af met een goeie opleiding, een stevig diploma en met de ambitie om het in de journalistiek waar te maken.
 
Het aanbod is dus erg groot voor een beperkt aantal plaatsen. Een hoofdredacteur kan bijgevolg de lat hoog leggen en de allerbesten selecteren.

15:28 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

25-09-05

Dag! van de klant

Dag, van de klant

 

De timing kon niet slechter. Precies op de dag dat UNIZO de ‘Dag van de Klant’ organiseert, verklaart haar gedelegeerd bestuurder, in iets andere bewoordingen, dat de klant de laatse van zijn bekommernissen is.

 

UNIZO is de Unie van Zelfstandige Ondernemers. Tot voor enige jaren heette ze nog NCMV, Nationaal Christelijk Middenstandverbond. Toen de voorzitter-potentaat Petrus Thijs gepensioneerd werd en de jongere generatie aantrad, vond die ‘nationaal’, ‘christelijk’ en ‘middenstand’ misschien nog net geen vieze woordjes, maar alleszins oubollig. Wat erger was: die woorden beperkten de doelgroep (lees: lidgelden) van de organisatie. Er waren steeds minder middenstanders, laat staan christelijke mindenstanders.

 

Daarom veranderde NCMV van naam en ging in de vijver van de Kamers van Koophandel vissen. Niet alleen handelaars of vrije beroepen, maar ook bedrijven en ondernemingen konden plots lid worden.

 

Het is duidelijk dat dergelijke, uit de kluiten gewassen organisaties zoals ook een Boerenbond, een ex-VEV, een VTB, een ex-ASLK, etc... op de duur nog slechts hun rentabiliteit en voortbestaan als voornaamste doel zien. Van het idealisme van hun stichters is zelden nog iets overgebleven.

 

Dat werd gisteren nog maar eens pijnlijk duidelijk toen de gedelegeerd bestuurder van UNIZO verklaarde dat startende ondernemers eerst hun vakbekwaamheid moeten bewijzen. Niet met wat ze aan ervaring verworven hebben in de amateur- of hobbysfeer, maar natuurlijk met een diploma van de geschikte opleiding. Hebben ze dat niet, moeten ze cursussen gaan volgen. Hij zegde er net niet bij, dat UNIZO desnoods die cursussen wel zou inrichten...

 

Wat is er nu verkeerd aan een vestigingsattest? Een bekwame handelaar is toch in het voordeel van de klant?

 

Uiteraard! Behalve als dat vestigingsattest een ‘commerske’ is dat de kwaliteit niet verbetert, geld kost aan de starters en vooral dient om de oudere, wat uitgebluste rotten in de sector te beschermen tegen de dynamiek van nieuwkomers. Protectionisme, dus.

 

De afschaffing van een beroepsbekwaamheidsattest voor fotograaf bijvoorbeeld, is een goeie zaak. De opleiding bestaat sinds decennia voor een groot deel uit scheikunde, terwijl er aan de huidige, digitale fotografie geen gram scheikunde meer te pas komt. De digitale opleidingen worden door de fabrikanten zelf verstrekt, want bij de opleidingscentra is er zelf nog niemand voldoende in thuis.

 

Bovendien zijn er heel wat amateurfotografen die technisch, artistiek en kwalitatief veel verder staan en veel beter werk leveren dan de ‘erkende beroepsfotograaf’ die steeds hetzelfde huwelijksalbum aflevert met andere personages.

 

Waarom zouden mensen trouwens van hun hobby geen beroep mogen maken?

 

Waarom mag een huismoeder met een groot gezin elke dag een lekkere en gezonde, warme maaltijd bereiden, maar mag ze dat niet in haar restaurantje zonder dat ze eerst een koksdiploma behaalde bij docenten die meestal zelf in de horeca mislukt zijn? Trouwens, hebben alle Chinese koks in ons land een erkend koksdiploma of huren ze gewoon iemand in die zijn naam leent aan hun bvba? En zo ja, hebben ze dan tijdens hun opleiding leren Fu Jong Hai, Bami Pan Dang of Chop Shoy bereiden. Ik ben zeker van niet. Want Bami Pan Dang bestaat niet eens. Ik bedenk het ter plekke.

 

Waarom mag een friturist alleen in gestold vet gevangen rotzooi aanbieden onder de naam curryworst en geen eigengemaakte giros of door zijn grootmoeder gemaakt stoofvlees verkopen?

 

Waarom moet iemand met een universitair diploma, die een verzekerings- of vastgoedmakelaardij wil beginnen, eerst nog enkele jaren avondschool lopen in bedrijfsbeheer? Wat leert hij daar? Hoe hij publiciteit moet maken? Hoe hij met een bankier moet onderhandelen? Hoe hij creatief met zijn boekhouding kan omspringen? Hoe hij zijn klanten kan charmeren door te glimlachen, ze een hand te geven, ze bij de naam te noemen? Hoe hij moet netwerken? Hoe hij oplichters die ‘advertenties voor ’t boekske van de brandweer’ verkopen, zijn deur moet uittrappen? Neen, niets van dat alles. Ze leren er theorie, waarvoor ze later toch een deskundige accountant, sociaal adviseur of advocaat raadplegen.

 

Hebben trouwens al die Pakistaanse vluchtelingen die door een zetbaas als zelfstandige in een nachtwinkel gedropt worden, enige kennis van ons handelsrecht?

 

De vestigingswet is een rem op het vrije ondernemerschap en dient tot niets, behalve tot een fout begrepen protectionisme dat alleen maar in het nadeel van de klant is.

 

Bovendien betekent een bekwaamheidsattest voor de klant niet eens de garantie dat hij op een correcte manier zal behandeld worden. Oplichters en beunhazen zullen er altijd zijn. De klant zou meer gebaat zijn met een zwarte lijst van beurzensnijders dan met een lijst van ‘erkende handelaars’.

 

Het is de klant die een handelaar erkent door terug te komen of weg te blijven. En als hij terugkomt, is het omdat die handelaar dat verdient. Elke dag opnieuw.

 

En anders: dag, klant!


12:30 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

22-09-05

Opgebrand en uitgeblust

Opgebrand en uitgeblust

 

Het eindeloopbaandebat zal niet het einde van deze regering betekenen. Tot diep in de nacht worden holle teksten opgesteld waarmee iedereen zich kan verzoenen, maar waarvan ondernemers – die wél met twee voeten in het werkelijke leven staan – nu al weten dat ze geen aarde aan de dijk brengen. Ze halen alleen op korte termijn een van de vele lonten uit het politieke kruitvat.

 

Iets meer dan de helft van de actieve bevolking in ons land heeft een inkomen uit arbeid. Die kleine groep moet er dus voor zorgen dat ook de anderen in leven kunnen gehouden worden door onze zorgsystemen. Als we het absenteïsme meerekenen, mogen we spreken van ongeveer de helft, twee even grote groepen dus.

 

De tweede groep bestaat o.m. uit gepensioneerden, gehandicapten, langdurig zieken, bruggepensioneerden, vervroegd gepensioneerden, ter beschikking gestelden, mensen met ouderschapsverlof, moeders met borstvoedingsverlof, werklozen, afgestudeerde jongeren zonder baan maar wel met een onmiddellijke uitkering, OCMW-klanten, illegalen, gezinsherenigde bejaarden, en… luiwammesen.

 

Is dit betaalbaar? Blijkbaar wel, want het verschijnsel dateert niet van de laatste maanden. Het is betaalbaar omdat van de economische waarde van de werkende groep, de helft wordt afgeroomd om de andere groep te onderhouden.

 

Dat heet solidariteit. Maar solidariteit kent grenzen. En 50 % ligt ver boven die grens. Vooral als de solidariteit niet alleen gebruikt wordt om nood te lenigen. Niemand heeft er een bezwaar tegen, dat de maatschappij zorg draagt voor bejaarden en gehandicapten. Dat mag zelfs nog een stuk meer zijn dan nu het geval is! Maar als solidariteit dient om een luxe bij de andere groep in stand te houden, begint het te knagen. Dan vermindert de motivatie en verkleint automatisch de ene groep die bijdraagt aan de andere. Tot het systeem ontploft.

 

Dat wil dus de overheid voorkomen, niet zonder eigenbelang overigens. Een oplossing is bijvoorbeeld, dat de tweede groep strenger geselecteerd wordt. Een andere of bijkomende oplossing kan zijn, de eerste groep langer te laten werken zodat de tweede automatisch een klein beetje verkleint en de eerste een beetje meer bijdraagt.

 

Je moet niet gestudeerd hebben, om dat te bedenken. Wie wel gestudeerd heeft én eerlijk is, weet dat deze oplossingen nooit zullen werken op middellange termijn.

 

We moeten durven inzien dat er een groot ‘masterplan’ nodig is, zelfs op wereldvlak, om de machine draaiende te houden.

 

Mijn grootvader was in het begin van vorige eeuw een zelfstandige meubelmaker die thuis arbeidde in opdracht van een van de vele meubelfabrieken uit de streek. Vandaag zouden we hem een schijnzelfstandige noemen…

 

Hij vertelde me dat hij zes dagen per week 10 uur per dag werkte voor een gezin met drie dochters en een zoon. Mijn grootvader schaafde met de hand, draaide aan zijn handboor en ‘trok’ zelf de zaagtanden om ze scherper te maken. Tussen het schaven van 2 planken door rolde hij een sigaret, stak ze langzaam in brand en rookte ze rustig op. Na het op maat zagen, roerde hij in zijn lijmpot tot alle korrels gesmolten waren en begon dan rustig te lijmen. Na het lijmen dronk hij zijn kopje koffie tot de lijm droog genoeg was om verder te werken. Hij werkte veel, soms hard, maar nooit druk. Van de 10 uur per dag, werkte hij er effectief veel minder.

 

Vandaag werken we zelfs geen acht uur per dag meer. Maar we mogen niet meer roken op het werk, de tijd die we op ’t toilet doorbrengen wordt gechronometreerd, ziektedagen kunnen een promotie in de weg staan, en man en vrouw moeten elk een baan hebben om een beetje gezinsinkomen te verwerven. Akkoord, we kunnen ons met twee wedden meer veroorloven. Maar als je met twee uit werken gaat, zijn een wagen (een tweede wagen, soms), een ingerichte keuken met alle apparatuur, een wasmachine en een droogkast, een ingerichte badkamer, enz… geen luxe. Een pc mét internetaansluiting is bijna verplicht als je tienerkinderen hebt. Een tv-toestel kan je ook niet missen, al was het maar als alibi om ’s avonds afgepeigerd in de zetel te kunnen ploffen.

 

In vergelijking met mijn grootvader, die 60 uur per week beweerde te werken, werken we nu samen 76 uur per week aan een onmenselijke intensiteit en een hoog, onafgebroken tempo. Daarmee verdienen we ook maar de koopkracht van een modaal gezin.

 

Sociale vooruitgang? Wat hebben de vakbonden ons al generaties voorgelogen, eigenlijk?

 

De hamvraag van het eindeloopbaandebat is niet hoe we het systeem betaalbaar houden of  hoe we de actieve groep meer (= langer) kunnen laten opbrengen voor de andere.

 

De vraag is hoe we die actieve groep het kunnen laten volhouden op die manier.

 

Eens Abraham of Sarah gezien, zijn de meesten opgebrand of uitgeblust.



11:40 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

19-09-05

Mag het iets meer zijn?

Mag het iets meer zijn?

 

Het is een oude truc: je geeft als handelaar iets meer dan gevraagd, je rekent het ‘meer’ erbij, je winst verhoogt en je hebt niemand bedrogen.

 

Slagers en grutters weten dat al sinds generaties. Cafébazen ook. Als je vroeger een koffie bestelde, was er een klontje suiker bij voor wie niet van te bitter hield, en een potje melk als je filterkoffie te straf vond.

 

Met de espresso-machine verdween stilaan het filterritueel. De koffie was ook minder lekker, maar de prijs bleef. Om dat te verantwoorden, kreeg je er een speculaasje bij. Om te soppen.

 

Een café-uitbater die bij de pinken was, noemde zijn kroeg ineens taverne of brasserie. Hij serveerde de koffie op een schoteltje met verschillende soorten suiker, een koekje, een chocolaatje, een stukje cake, een toefje slagroom, zelfs met een borrelglaasje amaretto of advocaat.

 

Kortom, een gewoon kopje koffie werd ongevraagd een afkooksel van een ‘grand café’, zelfs als je die troep niet lustte. Je kon het gebak en de alcohol trouwens altijd laten liggen, want je had er niet om gevraagd en je moest er toch niet voor betalen.

 

Ho neen? Natuurlijk wel, want een dergelijke koffie kostte meer dan een gewoon kopje bij Bertha in De Lustige Volksvriend.

 

Andere sectoren doen dat ook, zij het minder opvallend. Met mijn abonnement op elektronisch bankieren kan ik niet alleen mijn rekeninguittreksels nakijken of een overschrijving doen. Ik heb ook de mogelijkheid om de beweging van mijn aandelen te volgen en nog zo’n paar dingen, die ik bij gebrek aan aandelen nooit gebruik.

 

Elk computerprogramma bevat zoveel mogelijkheden die ik evenmin nodig heb, waarvan ik niet eens weet dat ze bestaan en die ik evenmin ooit gebruik.

 

Met mijn nieuwe videorecorder kan ik tot drie jaar vooruit programmeren. 'k Weet alleen niet welke programma's er over drie jaar zullen uitgezonden worden, maar voor de rest is het een fantastisch gevoel, te weten dat het kan.

 

Nu beginnen de kranten ook op die manier te kruidenieren. De zaterdagkrant van Gazet van Antwerpen van Het Laatste Nieuws kost voortaan 1,20 euro. Dat is plots een vijfde meer. Maar ik doe er (althans volgens de marketingdienst van Het Laatste Nieuws) een fantastische zaak aan. Hoewel ik alleen maar een krant wil met het gewone, dagelijkse nieuws, mag ik op zaterdag ook nog extra katernen over Relax, Reizen, Wonen, Mobiel/tv en voor de kleinsten een Disneykrant mee naar huis zeulen. Eén keer per maand krijg ik er dan het luxueuze magazine XL zomaar gratis (?) bovenop.

Bij Gazet van Antwerpen krijg ik er alleen een flutmagazinetje bij en dat is alles. Die is 'alleen op zaterdag' (benadrukt ze) duurder wegens de hogere productiekosten. Dat komt wellicht omdat de papier- en inktfabrikanten op vrijdag een toeslag rekenen...

 

De weekbladen Knack en Trends doen dat al jaren: hun basisproduct ‘verrijken’ met andere bladen die in losse verkoop geen schijn van kans zouden maken.

 

Maar als ik nu alleen maar Het Laatste Nieuws wil lezen op zaterdag en de rest van mijn vrije tijd vul met een goed boek? Tja, dan kan ik de katernen tot ergernis van mijn krantenboer laten liggen, maar ‘k moet ze wel meebetalen.

 

Het is een subtiele vorm van oplichting. Want al die katernen worden niet gemaakt om mij te informeren. Meestal zijn ze trouwens informatief waardeloos. Het zijn gewoon producten rond 1 thema met als enige bedoeling daarrond bijpassende advertenties te kunnen verkopen. Met andere woorden: het verhaal van de hogere productiekosten klopt niet, want die katernen zijn al dubbel en dik betaald door de adverteerders. En die Disneykrant is voor veel ouders de enige stimulans om die dag Het Laatste Nieuws te kopen. Reclame voor eigen huis, dus.

 

Alleen Telenet bakt het nog bruiner: die smeren je een abonnement aan voor een pakket televisiezenders, leveren je er daarna acht minder en zeggen zonder blikken of blozen dat je ze kan krijgen als je er nog eens extra voor betaalt

 

Er zitten er voor minder achter de tralies.





17:14 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

18-09-05

Bezinning voor de zondag

Krijgers

 

- “Dat had je niet moeten doen”, zei de gastheer gewoontegetrouw, toen hij de deur opende en me met een fles wijn in de handen zag staan.

 

- “Gelukkig!”, dacht de rebel in mij, Als ik me verplicht had gevoeld, had ik het zeker niet gedaan.

 

De man stak zijn hand uit, maar negeerde de mijne en greep meteen naar de fles, waarvan hij met goedkeurende blik het etiket monsterde. Toen pas besefte hij, dat hij een stapje opzij moest zetten om me binnen te laten.

 

Waarom zeggen we toch altijd ‘Dat had je niet moeten doen!’, als iemand ons spontaan, zomaar, zonder reden, impulsief maar gemeend, verrast?

 

Misschien moeten we terug de Kunst van het Krijgen leren? Niet zozeer voor onszelf, maar vooral om anderen de Vreugde van het Geven te gunnen.


11:22 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

17-09-05

Trop is te veel

Trop is te veel
 
Het Nederlands is een vreselijk moeilijke taal. Als het onze moedertaal is, dan kunnen we veel aanvoelen, al is ook dat vaak bedrieglijk. Even testen: is het 'het cliënteel' of 'de cliënteel'? Wat zegt je gevoel? (Antwoord: de cliënteel)
 
Soms kan je gewoon niet anders dan een gallicisme slechts vervangen door een germanisme of een anglicanisme. Erg is dat niet, want daar ligt tenminste de oorsprong van onze taal. Ooit - we spreken nu over de achtste of negende eeuw- was dit zelfs een groot taalgebied waar iedereen elkaar kon verstaan. De Duitsers spraken Hochsaksisch, de Nederlanders Niedersaksisch en de Engelsen, jawel, Angelsaksisch. Dat was ook de reden waarom Engelse missionarissen onze gewesten konden kerstenen, waar hun Ierse voorgangers daar niet in slaagden omdat die een taalprobleem hadden.
 
Maar ik wijk af. Nederlands is dus zo moeilijk om juist te schrijven, ook omdat er bijvoorbeeld geen lijst met 'vaste voorzetsels' bestaat. Ben je opgetogen over of voor of door of vanwege...?
 
Het grootste probleem is dat het Nederlands nog steeds verbuigingen kent zoals in het Latijn, het Duits, het Russisch,... maar dat de regels ervan niet meer bestaan of minstens niet meer aangeleerd worden. Uitdrukkingen zoals 'ten volle' of  's anderendaags' zijn verbuigingen. Omdat we niet meer weten hoe die vormen ontstaan zijn, worden de uitdrukkingen heel dikwijls fout geschreven. Even testen: wat is juist 'te allen tijde' of 'ten alle tijde'? (Antwoord: te allen tijde)
 
Het Nederlands lijdt ook onder de zwakke ruggengraat van onze politici. Toen tien jaar geleden de spelling hervormd werd, ontstond de grootste draak in onze taalkundige geschiedenis, omdat de toenmalige Vlaamse (!) minister-president een unieke kans liet liggen om zich en zijn volk te manifesteren.
 
Het beaat opkijken naar een woordenboek zoals Van Dale zou ook best iets minder mogen zijn. Van Dale zegt zelf een 'descriptief' maar geen 'indicatief' woordenboek te zijn. Dat betekent, dat het gangbare woorden, uitdrukkingen en spellingwijzen optekent en verzamelt, zonder ze als 'correct en bindend' voor te stellen.
 
Taal is inderdaad een levende en evoluerende materie. Maar het kan niet zo zijn dat, als genoeg mensen lang genoeg dezelfde fout maken, die fout dan als correcte standaard wordt beschouwd.
 
Altijd al, ook vanwege hun oorsprong (verbuigingsvorm!) werden uitdrukkingen zoals 'dank zij', 'ten volle', 'ten slotte', 'bij voorbeeld'  in 2 woorden geschreven. Omdat de meesten daar geen aandacht meer aan gaven, mag het nu in 1 woord geschreven worden. Dat is laf toegeven aan de onwetendheid van de massa.
 
Toch is er 1 ding heel gemakkelijk in het Nederlands: de dt-regel.
 
Ik drink nooit thee, gij drinkt altijd thee en hij drinkt thee als hij tegenwoordig is. Voor de eindletter van een voltooid deelwoord gebruiken we het ezelsbruggetje "t Kofschip".
Zo eenvoudig is het.
 
En ja, het kan mij ook overkomen. Héél erg uitzonderlijk sluipt er om de zoveel jaar eens een dt-fout in mijn teksten, die dan vaker een tikfout dan een taalfout is.
 
Eigenlijk zou iedereen die tot 12 jaar naar school is geweest, zonder dt-fouten moeten kunnen schrijven. Al kan ik dat ook weer relativeren. Niet iedereen heeft een talenknobbel of is beroepshalve met taal bezig. Een loodgieter moet kunnen lood gieten, een automechanicien moet kunnen sleutelen en een verpleger moet kunnen prikken en gipsen. Bij voorkeur zonder dt-fouten, maar taal is voor deze mensen geen prioriteit. Van journalisten eis ik dat wel. En als ze systematisch dt-fouten maken, dan erger ik me eraan en vraag me af wat ze in dat vak blijven doen.
 
'Een' (?) redacteur van tt-één (teletekst van VRT-één) heeft er een patent op. Wekelijks kan je de dt- en andere fouten van 't scherm plukken.
 
Kijk vandaag even naar pagina 123 onder de titel 'Verzoek invrijheidstelling Guy Theunis'. Daar staat 'Wanneer de zaak wordt behandelt...'. Voor de zoveelste keer!
 
Wellicht wordt de fout, nadat ze aan de Reyerslaan deze blog gelezen hebben, in de loop van de dag verbeterd, net zoals vorige keer.
 
Dus, collegae van teletekst, verbeter dan ook meteen pagina 145: 'Volgens Unilever is Mora teveel op de lokale Belgische en Nederlandse markt gericht...'
 
'Het teveel' is een substantief. Zoals hier gebruikt moet het in twee woorden.
 
Trop is te veel.


UPDATE (een paar uur later)
Ondertussen is pagina 123 verhuisd naar 110 en werd de dt-fout verbeterd. Pagina 145 bleef ongewijzigd.

10:03 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

16-09-05

VMM solt met privacy-gegevens

VMM solt met privacy-gegevens

 

Naar het schijnt moet ik voor de periode tussen 28/8/2003 en 3/12/2004 een ‘heffing op het oppervlaktewater’ betalen van… 2,78 euro. Ik zeg wel ‘naar het schijnt’, want officieel weet ik dat niet. De factuur werd door de Vlaamse Milieumaatschappij verstuurd naar een mevrouw met dezelfde familienaam die 15 kilometer verderop woont, die nooit iets met mijn adres te maken heeft gehad en evenmin ooit mijn rekening van de watermaatschappij heeft betaald. Er is dus geen enkele denkbare reden, hoe die mevrouw aan mij kan gelinkt worden door een administratie in Aalst of een computer in Zuid-Oost-India of waar het bedrijf ook ligt waar de Vlaamse Milieumaatschappij haar klussen in onderaanneming geeft.

 

Bovendien komt die factuur veel te laat om nog invorderbaar te zijn. Goederen of diensten moeten binnen de 7 dagen na de maand van levering gefactureerd worden.

 

Op het formulier staat gelukkig een telefoonnummer: 0800-97113. Alle lijnen zijn bezet, gelieve aan het toestel te blijven. Ik gelief dat. Dan vraagt een vriendelijke juffrouw wat ze voor me kan doen. Ik leg het probleem uit en stel twee vragen.

 

Eerste vraag: hoe kan het, dat mensen met dezelfde naam, maar een ander adres elkaars factuur krijgen, als dat in het verleden nog nooit gebeurde? (Wie in Vlaanderen Janssens, Peeters of Jacobs heet, kan best even uit de doppen kijken). Tweede vraag: wat moet er nu gebeuren, want die mevrouw zal uiteraard mijn factuur niet betalen en ik kàn ze niet betalen omdat ik ze nooit ontving?

 

Het meisje geeft me een omstandige uitleg over de koppeling van namen aan het rijksregister, aan een bedrijf in onderaanneming dat dit allemaal automatisch uitvoert maar waarvan de computer duidelijk fouten maakt en dat ik me niet ongerust moet maken omdat het de laatste keer is dat zo’n formulier verstuurd wordt.

 

Eigenlijk interesseert me dat allemaal niet. Ik wil weten wat de VMM gaat doen aan verkeerde koppelingen aan het rijksregister (het verwondert me dat een dienstverlenend bedrijf in onderaanneming van een milieuadministratie zomaar inzage heeft in het rijksregister), hoe ze denken de privacy van hun klanten te beschermen en hoe ze kunnen voorkomen dat die andere mevrouw binnenkort een deurwaarder in de voortuin heeft.

 

Daar kan zo’n meisje natuurlijk niet op antwoorden. Die is opgeleid om standaardvragen te beantwoorden, niet om problemen ten gronde te bespreken.

 

Dus zegt ze dat ze zich verontschuldigt voor het ongemak, dat we er nog lang over kunnen doorgaan, maar dat het niets zal veranderen en dat we het gesprek maar moeten besluiten.

Ook dat heeft ze aangeleerd gekregen in haar opleiding. Ik herken het allemaal zo precies. Recht uit het boekje.

 

Mijn laatste vraag: juffrouw werkt u eigenlijk voor de VMM of voor een callcenter? Ze geeft toe dat ze voor een callcenter werkt en dat ze me niet echt kan helpen, alleen 4 minuten en 38 seconden lang, mag ze naar me luisteren. Dan is het budget op. Of ze me asjeblieft een nummer en een naam kan geven van iemand die wél iets te zeggen heeft bij VMM?

Ja, dat kan ze: meneer Paul Vande Wiele is te bereiken op nummer 053-72 63 11.

 

Ook meneer Paul Vande Wiele is een vriendelijke man. Meer zelfs, als ambtenaar is hij zelfs enthousiast dat ik hem bel, want nu kan hij eens met fierheid zeggen dat er op een half miljoen verzendingen slechts 1.000 fouten gebeuren. En dat het toch allemaal niet zo erg is. Die mevrouw met mijn naam moet gewoon dat formulier terugsturen met de melding dat het verkeerd gekoppeld is aan het Rijksregister en dan zal hij het persoonlijk in orde brengen.

 

Ik luister rustig. En ik begin me af te vragen of ik nu gek ben, of dat de hele wereld het is. Eerst wordt er onzorgvuldig met mijn  privé-gegevens gesold, dan word ik afgeleid naar een telefoonnummer dat alleen maar dient om me te sussen als ik niet verder zou aandringen en ten slotte vertelt me een of andere klerk doodleuk dat iemand, die door een vergissing van zijn bedrijf in de problemen is geraakt, dat zelf moet oplossen.

 

Het maken, inboeken, versturen en noteren van de ontvangst van een rekening ten bedrage van 2,78 euro is op zich al waanzin. De administratie ervan alleen, kost al een veelvoud. En dan verlangen dat de klant (jaja, hallo VMM, de klànt!) twee telefoontjes pleegt en een aangetekende zending betaalt om zich te beveiligen tegen een onterechte invorderingsprocedure, is helemaal Kafka.

 

Kafka of diefstal.


12:01 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

15-09-05

Ongeloofwaardige media

Skynet Quickpoll:

media zijn ongeloofwaardig

 

Bij de promotie van deze blog op haar voorpagina, koppelde de redactie van Skynet er een quickpoll aan over de geloofwaardigheid van de media.

 

Helaas verdwenen de vragen en de uitslagen voor ik ze kon noteren, maar misschien kan Skynet me het eindresultaat eens mailen? Ik herinner me in elk geval de grote lijnen.

 

De drie vragen kwamen neer op het volgende:

  1. Ik geloof alles wat de media brengen, wie mag je anders nog geloven?
  2. Ik raadpleeg verschillende bronnen
  3. Ik geloof er geen snars van. Ze liegen allemaal.

Van de 200 deelnemers, die elk 1 stem konden uitbrengen, bevestigde minder dan 10 procent de eerste vraag. Ongeveer 2/3 koos voor de tweede en meer dan 1/3 stemde op de laatste vraag.

 

Ik ben overtuigd van de relativiteit van marktonderzoeken en enquêtes. Ik geloof ook dat Skynet met deze quickpoll geen pretenties had en het eerder als een ludiek speeltje bedoelde. De vraagstelling is daarvoor ook niet gewiekst genoeg, want vraag 2 hoeft niet in tegenspraak te zijn met vraag 1. Wie blindelings gelooft, kan nog in verschillende media meer en uitgebreidere informatie zoeken. Bovendien weten we niets over de deelnemers: hun leeftijd, hun geslacht, hun geografische spreiding, hun beroep, hun opleidingsniveau,….

 

Eén conclusie kan wel zijn dat de 200 deelnemers erg bewuste deelnemers zijn. De vraagstelling was in de lay-out van de pagina niet extra benadrukt en er was niets mee te winnen of te verdienen.

 

De quickpoll is wetenschappelijk niet onderbouwd, maar geeft wel een tendens aan. Minder dan 10 procent die de media geloofwaardig vinden, moet uitgevers en journalisten ernstig aan het denken zetten.

 

Zowat tweederden die niet zomaar alles slikken en even verder kijken dan de voorgehouden slogans, is een positief teken voor het bewustzijn en de kritische ingesteldheid van de Vlaamse nieuwsconsument.

 

Dat echter meer dan een derde van de deelnemers vlakaf de media als leugenachtig beschouwt, moet te denken geven. Uit de conclusie dat de deelnemers kritische nieuwsconsumenten zijn, waar de grote respons op vraag 2 toe leidt, mogen we afleiden dat de reacties op vraag 3 niet gebaseerd zijn op een artikel uit Blik, Story of Dag Allemaal,… maar dat de deelnemers heel duidelijk televisiejournaals, zelfverklaarde kwaliteitskranten en uitzendingen voor ‘meerwaardezoekers’ bedoelen.

 

Het zal niemand verbazen, dat degenen die deze media creëren en dergelijke indruk bij het publiek achterlaten, deze quickpoll hautain zullen wegwuiven en overtuigd blijven van hun eigen gelijk.

 

Maar misschien kunnen marketeers, die de laatste tijd toch als deskundige redders-van-media-in-nood beschouwd worden, eens een uitgever aan het verstand brengen dat er een markt zit te wachten op een ‘goed’ blad.



11:13 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

 

AN AchterhetNieuws

Maandelijks magazine over media

www.achterhetnieuws.be



10:39 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-09-05

Het Huis van Ontrouwen

Het Huis van Ontrouwen

 

In de tijd, toen de Ancienne Belgique of het Billiard Palace nog dé variété-tempels waren, had elk programma er een vaste opbouw. Het begon altijd met een korte maar indrukwekkende act, dan volgde zang of ballet, net voor de pauze trad de zogenaamde ‘artiste Américain’ op (dat was een exotisch nummer, gebracht door iemand die verkleed was en met een verwrongen accent sprak alsof ie uit een ver land kwam) en de namiddag of avond werd besloten met de hoofdact. Het leste was het beste. Deze onverslijtbare formule geldt nog steeds in de Parijse nightclubs zoals Le Normandie (Lido), Crazy Horse of Moulin Rouge.

 

Op precies dezelfde spanningscurve worden ook tv-programma’s gemaakt. Zelfs de opbouw van een nieuwsuitzending is erop gebaseerd.

 

Vreemd dus, dat het Journaal op één gisteravond afsloot met een bericht uit eigen huis: een vrouwelijke netmanager wordt bevorderd tot directeur Marktstrategie. Er zal wellicht een schokgolf door Vlaanderen gegaan zijn, want zoiets gebeurt niet elke dag. Eén probleem: wat is een netmanager? Wat doet een directeur Marktstrategie? En welke boodschap heeft de tv-kijker aan die promotie?

 

Toen werd ook de reden opgegeven: de voormalige netmanager en haar baas, de directeur Televisie, hebben een relatie en kunnen dus niet meer gezond samenwerken. Hoewel even ‘non-news’, was dit toch al wat smeuïger.

 

Wordt na Greet Op de Beeck het Huis van Vertrouwen thans het Huis van Ontrouwen? Neen, dat wordt het niet. Dat is het altijd geweest. In de jaren zestig van vorige eeuw had de BRT al de naam een ‘gesubsidieerd bordeel’ te zijn, waar iedereen het met iedereen deed. Er deden ook grapjes over de ronde, zoals het feit dat alle bureaustoelen verkocht waren omdat iedereen toch onder het bureau lag.

 

Misschien zal de VRT destijds wel een feller strijdtoneel geweest zijn dan de plaatselijke volksbibliotheek. Maar kwam dat niet, omdat er door vrijgevochten geesten heel creatief gewerkt werd en er beide geslachten meer met elkaar in contact kwamen dan in gelijk welk ander bedrijf?

 

Overal waar mannen en vrouwen samen zijn, zeker in een bepaalde creatieve en materiële vrijheid, ontstaan relaties. Dat is een natuurwet. Vaak zijn dat buitenechtelijke relaties.

 

We hoeven dat niet goed te keuren. Best van al hebben we er helemaal géén moreel oordeel over, omdat onderliggende frustraties en gevoelens ons meestal niet bekend zijn en omdat principiële moraalridders vaak erger zondigen in gedachten. Maar ontkennen kunnen we de feiten niet. Die feiten worden alsmaar makkelijker door grotere mobiliteit, vlottere communicatiemogelijkheden, veiliger voorbehoedsmiddelen en een toegenomen zelfbewustzijn bij de vrouwen.

 

Zo heeft de emancipatie voor sommige vrouwen geleid tot meer kansen op open bloeien en zichzelf kunnen ontdekken. Maar dit facet van emancipatie betekent ook dat andere vrouwen er de prijs voor betalen. De ontvoogding van de vrouw heeft dus lang niet alleen heil gebracht. Ze heeft zich misschien losgemaakt uit een mannelijke dominantie, maar is nu overgeleverd aan andere vrouwen. De Wet van de Sterkste werd de Wet van de Blondste.

 

Alleen, vraag ik me af, was dit gisteren nu het belangrijkste onderwerp om er een nieuwsuitzending mee af te sluiten?

 

Want eerlijk gezegd, het interesseert me geen moer.



09:46 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-09-05

Internet of stookolie?

Internet of stookolie?

 

Dat komt ervan als het zoontje van papa, het ex-liefje van de minister, de moeder van een buitenechtelijk ministerieel kind, het nichtje van een tv-journalist of een ratelende vakbondsbabe minister wordt voor de 30 kaarsjes zijn uitgeblazen!

 

Ze geloven in zichzelf, maar zijn helaas nog lichtgelovig. Daardoor wauwelen ze maar wat onzin die ze als beleidsverklaring presenteren.

 

Wat erger is: de media nemen dat over en doen alsof hun neus bloedt. Moeten ze hen dan meteen afmaken? Neen, het is ook niet de schuld van die 30min-ers dat ze door hun partij als stemmenkanon en ‘jong vlees’ misbruikt worden. Is het dan de taak van de media om de over het paard getilde springertjes tegen zichzelf te beschermen en hun strapatsen maar te verzwijgen? Ook niet.

 

Maar ik verwacht van de media dat ze niéuws brengen. Geen aankondigingen van mogelijke ideeën voor eventuele wetsvoorstellen die er nooit zullen komen. Geen beleidsverklaringen voor het einde van de legislatuur. Geen gedachtekronkels van jonge mensen, zonder maturiteit noch levenservaring, op zoek naar hun identiteit en met een grote drang tot zelfbevestiging.

 

Neem nu Peter Van Velthoven. Staatssecretaris bij gratie van... Wist je dat al of had je nog nooit van de jongeman gehoord? Weet je ook welk kabinet hij beheert? Weet je wat hij daar de voorbije twee jaar uitgericht heeft?

 

Vandaag is het voor heel Vlaanderen duidelijk: Peter is Staatssecretaris van PC-bezit, Internetgesurf en Chatverkering. In die functie vindt hij dat iedereen internet moet in huis hebben en geeft daarom 40 % korting op de aanschaf van zo’n machine en 1 jaar gratis internet.

 

Als telg uit een Sp.a-geslacht mag hij dat helemaal komen toelichten in Terzake.

Na de aftiteling van het programma komen de vragen. Niet van Siegfried Bracke, maar van elke weldenkende kijker.

 

Hij geeft 40 % korting... Géven? Een politicus geeft toch nooit iets, die herverdeelt! Van Velthoven doet zelfs dat niet. Hij schrijft zijn naam op de geschenkjes van iemand anders. Hij zal een fabrikant zoeken die een goedkoop product kan aanbieden en die dan aanraden. Misschien kan die fabrikant zelfs nog meer korting geven dan 40 % als hij niét door het kabinet aangeraden wordt?...

 

De industrie zorgt dus voor de lage prijs. Maar dat wisten we. Want dat er over enige maanden een eenvoudige pc voor basis-internetgebruik aan een lage prijs op de markt komt, schreven de vakbladen maanden geleden al. Misschien las Van Velthoven dat ook en anticipeert gewoon door die pluimen maar meteen op zijn hoed te steken?

 

Van Velthoven gaat nog verder. Hij wil bij aankoop van een ‘configuratie’ (pc, scherm, geluidsboxen, klavier en muis) de BTW terugbetalen. Kan en mag dat zomaar van Europa? Is trouwens een pakket van configuratie + internetabonnement geen koppelverkoop waarvoor Bill Gates zo hard gestraft werd dat zijn portemonnee er ondertussen pimpelpaars uitziet?

 

Eén jaar internet gratis, is een cadeau van 600 euro per jaar. Niet mis, maar het is een vals voorwendsel om klanten te lokken in de hoop dat die daarna blijven. Banken kennen alles van dat soort technieken.

 

Of wil Van Velthoven niet alleen een beperkte pc-capaciteit, maar ook een beperkt internet aanbieden? Welke sites kunnen dan niet bezocht worden? Deze? Wil Van Velthoven controle op het surfgedrag? Zal zijn goedkope provider ook meteen de IP-nummers aan de Sp.a doorspelen of een lijst van de bezochte sites? Misschien wel de inhoud van privé-chatgesprekken? Het aanschaffen van een goedkope pc, inclusief internetabonnement, zal niet anoniem kunnen gebeuren en de staatssecretaris kan op dat gebied geen discretie waarborgen.

 

Het hele voorstel (want meer dan een gedachtekronkel is het niet, er is nog helemaal niets beslist) rammelt zoals een vooroorlogse hondenkar, vol met melkbussen.

 

Alleen de basisidee, dat iedereen toegang moet hebben tot het internet, verdient respect.

Maar is dat al niet zo?

 

Einde vorig jaar waren in ons land 1.992.000 internetaansluitingen actief. Dat is 1 voor 5 personen. Statistisch is dat meer dan 1 per 2 gezinnen. Natuurlijk zijn er heel wat bedrijven bij, maar waar lees jij deze tekst? Thuis of op ’t werk?

 

En dan zijn er de zgn. ‘kansarmen’ die zich geen pc of internetaansluiting (zouden) kunnen veroorloven. Heeft Peter Van Velthoven al eens rondgekeken op de honderden fora en heeft hij zich al eens ondergedompeld in de wereld van chatboxen? Misschien moet de jonge staatssecretaris zelf maar eens een goedkope pc kopen, een proefabonnement op internet nemen en zich een paar weken van de wereld afsluiten om te surfen en te chatten. Op z’n kabinet zal niemand hem missen, maar hij zal er met een groot stuk levenservaring terugkeren.

 

Voor de mensen die hij wil aansluiten, is het internet al lang een prioriteit. Kansarmen, werklozen, gepensioneerden, gehandicapten,... zijn meestal mensen met tijd. Zij hebben al lang het belang van internet in hun leven ontdekt. Vaak is het voor hen hun enig sociaal contact, hun enige band met de onbegrensde buitenwereld. Het maandelijkse abonnement kost minder dan elke dag 2 biertjes drinken in ’t café op de hoek, waar ze uiteindelijk steeds dezelfde personen ontmoeten.

 

Ik ken persoonlijk mensen die hun hond hebben weggedaan om met het geld, dat ze uitsparen op hondenvoer, een pc te kopen. Ik ken mensen die noodzakelijke medicamenten niet slikken omdat ze budgettair moeten kiezen tussen de apotheker en Telenet.

 

Die markt is al grotendeels voorzien. Die heeft niet gewacht op een te jonge staatssecretaris die zichzelf eens wilde bevestigen, maar geen benul heeft van wat zich in de maatschappij afspeelt.

 

Bij ‘kansarmen’ is het echt niet meer de vraag of ze internet al dan niet kunnen betalen. Dat doen ze toch. Hun grootste bekommernis is of ze de volgende winter warm zullen zitten.

 

Gewoon warm, niet ‘er warmpjes in’ zoals een staatssecretaris.


14:21 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

09-09-05

De rechten van het spaarvarken

De rechten van het spaarvarken

 

Het meisje zag er vrolijk uit, was kortgerokt en had een knalblauwe plastieken klem in het haar. Ze droeg een mapje in haar hand, stapte zelfverzekerd op me af en vroeg: “U vindt toch ook dat dieren moeten beschermd worden, hé meneer?”

Op zo’n vraag kan je dus geen ‘neen’ antwoorden, want dan ben je een monster. Maar als je ‘ja’ zegt, dan trap je met open ogen in de val.

 

Ze toonde me haar mapje met foto’s van doodgeknuppelde zeehondjes, uitgemergelde honden die zo mager waren dat ze uit hun halsband gleden en tot bloedens toe geslagen koeienkoppen. Geen mens die dat kan goedkeuren. Of ik dan wilde lid worden van Gaia om al dat dierenleed te vermijden, mee op te komen voor dierenrechten en vooral elk jaar minstens 16 euro te storten. Ik gluurde nog even naar haar map en zocht tevergeefs een foto van een open gewrikt spaarvarken.

 

Plots kreeg ik zo’n intens medelijden met haar, dat ik haar had willen knuffelen. Ze zag er zo onschuldig uit. Ze offerde al haar vrije tijd op, met als enige vergoeding een strijkje zalf voor  haar geweten. Ach, de sukkel wist niet beter. Ze wist vooral niet dat ze schandelijk misbruikt werd als een goedkoop wegwerpproduct in een professionele geldmachine waarvoor het dierenleed slechts een alibi is.

 

Want Gaia heeft niets met dierenrechten te maken. Volg even mee.

 

Gaia beweert ongeveer 20.000 leden te hebben, al zeggen mijn ellebogen dat het er een heel pak minder zijn. Maar goed, 20.000 dus. Als die elk 16 euro betalen, is dat een jaarlijkse omzet van 320.000 euro. Belastingvrij, want lidgelden van een vzw worden beschouwd als noodzakelijke werkingskosten. Tussendoor ontvangt Gaia ook nog een ‘legaat’, dus een erfenis. Daarop betaalt ze 8,8 % erfenisrechten.

 

Met dat geld huurt Gaia in het hartje van Brussel luxueuze kantoorruimtes in de Paleizenstraat, geeft een in full colour gedrukt ledenblad ‘Vrijdier’ uit dat met de post verstuurd wordt, en betaalt de lonen en patronale bijdragen van 10 personeelsleden! Daarnaast beschikt de vereniging over de meest gesofisticeerde en peperdure apparatuur om verborgen video-opnames te maken. De hele activiteit van Gaia bestaat uit lobbyen, sensibiliseren en vooral fondsenwerven. Met concrete hulp voor verwaarloosde dieren, houdt de organisatie zich niet bezig. Daar zou helemaal geen geld voor zijn. Is er trouwens wel genoeg geld voor de basisactiviteiten?

 

Elke ondernemer weet dat je met het lidgeld alleen hoogstens 6 tot 7 mensen kan betalen en dan is de pot leeg. Waar komt dan de rest vandaan? Of zijn er zoveel ziende blinden die zonder nadenken hun spaarpot aan de voorzitter overmaken? In totaal voor een bedrag van ongeveer 700.000 euro per jaar? Hallo?

 

Verre van. Wie door dit plaatje heenkijkt, stelt vast dat Gaia helemaal niet ijvert vóór dierenrechten, maar tégen de handel die op dierlijke producten gebaseerd is. Gaia werkt immers niet opbouwend, maar is in al haar acties tegen iets gericht: tegen bontmantels, tegen ganzenleverpastei, tegen paardenkoersen, tegen dieren in het circus, tegen het gebruik van proefdieren in de farmaceutische of cosmeticasector,… In haar publicaties drukt ze het wel positiever uit: Gaia is voor… het verbod op! Dat komt dus op hetzelfde neer, maar klinkt beter.

 

Om daarin te slagen zijn alle middelen goed: geënsceneerde filmbeelden, het heruitzenden van zogezegd recent gedraaide beelden die in werkelijkheid 10 jaar geleden ook al getoond werden, het bewerken van foto’s met een computerprogramma, het voorliegen van argeloze perslui die geen tijd meer hebben om informatie te controleren en Gaia als een betrouwbaar ‘persagentschap’ beschouwen, het intimideren van politici, enz.

 

Wat vooral opvalt, is dat Gaia met geen woord rept over het langzaam martelen van stieren in de Spaanse arena tot de dieren zich van pure ellende met de schedel tegen een betonnen muur te barsten lopen en na voldoende volksvermaak eindelijk worden doodgestoken. Heb je Gaia ooit een woord horen reppen over de duivensport waar die lieve vogeltjes eerst een paar dagen tot sexuele onthouding gedwongen worden, dan urenlang -opgesloten in een ruwe mand- heen en weer worden geschud op een vrachtwagen en zich vervolgens de pluimen van het lijf moeten vliegen om terug thuis te geraken?

 

Neen, Gaia maakte zich wel druk over een goudvis die tot het decor van ‘Thuis’ behoorde, want dat was een onderwerp om mee in de actualiteit te komen en over zich te laten spreken.

 

Maar waarom dan wel een hardnekkige en niets ontziende karaktermoord op de pelshandel, de delicatessenhandel, het klassieke circus, de cosmetica-industrie… die minstens in een kwaad daglicht worden gezet en daardoor behoorlijke financiële schade lijden?

Worden de dieren daar beter van? Ammehoela! Wordt Gaia daar beter van? Wie weet…

 

Er bestaat immers ook nog een industrie waar letterlijk geen hond aan te pas komt. De alternatieve bio-voeding met sojamelk en tofu of quorn, de bio-cosmetica, de textielhandel, schoenen in namaakleder, het Cirque du Soleil…

 

Deze sectoren hebben het moeilijk omdat hun markt te klein is. De meeste mensen willen vooral lekker eten, zijn ijdel genoeg om mooi en duur gekleed te gaan en zonder subsidies van de Canadese overheid zou Cirque du Soleil al lang niet meer bestaan

 

Voor deze bedrijven komt de actie van Gaia goed uit. Het is gemakkelijker om een concurrent te demoniseren dan de eigen waren aan te prijzen. En als dat bovendien door een onverdachte (?) vzw gebeurt, klinkt dat nog geloofwaardiger. Als bedrijf zou je trouwens meteen Economische Zaken op je dak krijgen als je dergelijke ongefundeerde onzin zou uitkramen om een concurrent op oneerlijke manier te raken.

 

Een lekker meegenomen neveneffect, dus? Of… een georchestreerde actie?

 

De bio-cosmeticaketen Bodyshop, die er prat op gaat dat haar producten niet op proefdieren getest zijn, geeft openlijk toe regelmatig grote steunbedragen aan Gaia te schenken. Alleen dié keten?

 

Durft Gaia een open boekhouding voeren, met de namen en bedragen van de schenkers die haar werking mogelijk maken? Durft ze ook ter plaatse in Spanje de arena’s gaan bezetten waar stieren totaal nutteloos en onwaardig doodgefolterd worden?

 

Waar blijft de krant of tv-zender die zelf eens op onderzoek uittrekt in plaats van door Gaia uitgeschreven artikels te publiceren of aangeboden films uit te zenden?

 

Zolang Gaia alleen maar naar buiten treedt met de opgetrokken wenkbrauwen van een opportunistische en demagogische lefgozer, houd je beter je 16 euro op zak.

 

Of, ga er eens een goeie steak van eten.





14:03 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

08-09-05

De goednieuwsshow

De goednieuwsshow

 

Minister Geert Bourgeois is een fijnbesnaard, welopgevoed, minzaam en intellectueel man, die zelfs over een grote dosis stijlvolle humor beschikt. Dat kan niet allemaal van al z’n collega’s gezegd worden. Maar minister Bourgeois heeft te veel bevoegdheden voor een te klein kabinet. Zo is hij ook minister voor Media, niet direct zijn eigen specialiteit, waarvoor hij slechts anderhalve kabinetsmedewerker heeft. Die medewerkers zijn juridisch geschoold maar missen elke mediaervaring. Dat leidt dan wel eens tot wereldvreemde voorstellen en verkeerde beslissingen.

 

Zo wil zijn ministerie dat het logo van bedrijven die VRT-programma’s sponsoren, niet meer op het scherm verschijnt.

 

Dat is vrij kortzichtig. Meestal gaat het over fictiereeksen, waar geen journalistieke objectiviteit aan te pas komt. Als die sponsors niets in de plaats krijgen, waarom zouden ze dan hun geld daaraan nog besteden? Zal de minister de dotatie verhogen om dergelijke producties zonder sponsors mogelijk te maken?

 

Zolang de VRT producties met de kwaliteit van bijv. Stille Waters op het scherm brengt, stoort het mij niet dat de helden een pilsje van Urquell drinken, met een Mercedes rijden, schoenen van Bikkembergs dragen of gaan trainen in een Passage-fitnesscentrum. Dat die logo’s discreet in beeld komen, maakt het verhaal alleen maar herkenbaarder en levensechter.

 

Het stoort mij wel wanneer fictiereeksen misbruikt worden als verborgen verleiders om mij een soort ideologie op te dringen. Ik wil graag kijken naar ondernemer Horvath, om nog maar eens naar Stille Waters te verwijzen, maar ik wil niet belazerd worden met een slechte reeks als Kinderen van Dewindt, die louter een politiek doel dient en daarvoor ook door Fientje Moerman gesponsord wordt.

 

Ik voel me even onwennig als ik een ‘levensecht verhaal’ volg dat zich bij voorbeeld afspeelt op een stressvolle redactie, een adrenalinestuwende politiepost, in een marginale huiskamer of een bordeel, zonder dat ook maar iemand gedurende anderhalf uur een sigaret ter hand neemt.

 

Ik gruwel helemaal als er slechte allochtone acteurs in het verhaal worden geschreven, bij voorkeur in mooie rollen van politie-inspecteur, huisarts of advocaat terwijl de werkelijkheid er helemaal anders uitziet.

 

Bij dit soort voorbeelden zou ik doodgraag schermvullende logo’s zien van de overheidsdienst die deze indoctrinerende volksmisleiding sponsort!

 

Wat zegt minister Bourgeois trouwens over de regionale zenders?

 

Daar worden niet alleen fictiereeksen gesponsord. Gemeentebesturen betalen er om zelfgemaakte nieuwsberichten over hun gemeente uit te zenden als onderdeel van het regionale nieuws. Waar blijft de geloofwaardigheid? Waar blijft de beroepsethiek?

 

Regionale tv-zenders genieten zo al niet het sérieux van de    nieuwsuitzendingen op de nationale zenders. Dat komt enerzijds door een te hoog Echo-gehalte in de journalistieke benadering, anderzijds door de ons-kent-ons mildheid. Maar er is meer aan de hand.

 

De lokale zenders schrikken er niet voor terug om, vooral tijdens het weekend, zogezegde ‘serviceprogramma’s’ uit te zenden die niets meer noch minder zijn dan pure publiciteit. Het gaat dan over tuinmaterialen (van een bepaald tuincentrum), doe-het-zelftips (met bepaalde materialen van een bepaalde fabrikant), sfeerbeelden over hoe goed het wel is te werken als beroepsmilitair (het lijkt wel levenslang spelen op een scoutskamp volgens het filmpje) met op het einde alle informatie om te solliciteren, de voorstelling van een bepaalde horecazaak uit de streek waarvan de bar en de keuken zonder enige kritische zin worden aangeprezen, tot de verwezenlijkingen van een openbaar bestuur zoals gemeente of provincie.

 

De reclameboodschap wordt niet alleen informatief verpakt (zoals met Roger, de handige knutselaar, die de klussen voordoet), maar zelfs als een heus nieuwsitem. Er wordt zelfs een beroep gedaan op presentatoren die er uitzien zoals journalisten of de naam hebben het te zijn. Zo verzorgde Johan Op de Beeck lange tijd de propagandabulletins van de provincie Antwerpen op ATV en RTV.

 

Dergelijke berichten beperken zich trouwens niet tot één zender met decretaal afgebakend zendgebied, maar bestrijken de regio die belangrijk is voor ‘de klant’. Provinciaal nieuws komt zo op alle zenders in die provincie, commercieel nieuws kan zelfs over heel Vlaanderen uitgezonden worden met als enige regionale link het adres van de plaatselijke dealer. TV-Brussel maakt op het weekend gebruik van het VRT-kanaal zodat het op dat ogenblik eigenlijk een nationale zender is met strikt lokaal nieuws.

Waarom dat goed is, blijft me een raadsel. Brussel hoofdstad? Het zal de inwoners van Poelkapelle of van Kinrooi worst wezen dat er in Brussel iemand de Ketjesprijs van het buurtwerk uit Sint-Jans-Molenbeek gewonnen heeft!

 

Bij RTV (Mechelen-Kempen) is momenteel het hek van de dam. Het begon met de stad Willebroek die een aantal uitzendingen bestelde (tegen betaling, dus) van ‘Willebroek-tv’ over het reilen en zeilen in de gemeente. Deze uitzendingen werden door de nieuwslezer van dienst aangekondigd alsof ze gewone nieuwsitems waren. Vermelden we hierbij terzijde dat de burgemeester van Willebroek, Marc De Laet (Sp.a), tevens voorzitter is van de adviesraad van… RTV!

 

Geïnspireerd door het gemakkelijke gewin heeft RTV nu met nog 3 andere gemeenten dergelijke overeenkomst afgesloten. Mechelen, Turnhout en Heist-op-den-Berg bestelden elk 10 afleveringen van 4 minuten, ter waarde van 30.000 euro. Ze benadrukken dat er geen mandatarissen aan het woord zullen komen, maar niettemin zullen hun verwezenlijkingen eenzijdig worden toegelicht, zonder enige journalistieke waakzaamheid of inbreng van de redactie. Bij RTV is trouwens hoofdredacteur Jan Peeters tegelijk directeur, twee moeilijk te verenigen functies.

 

Het feit dat de uitzendingen gepland zijn voor 2006, een jaar met gemeenteraadsverkiezingen, is niet toevallig.

 

Wanneer gemeentebesturen zelf televisie maken over hun gemeente, zeggen ze eigenlijk dat ze de journalisten van die zender onbekwaam vinden en er geen vertrouwen in hebben. Een hoofdredacteur hoeft dat niet te pikken tegenover zijn ploeg.

 

Daarom is het ongezond als die hoofdredacteur tegelijk verantwoordelijk is voor het algemene en dus ook financiële beheer van de zender. Al moeten we toegeven dat RTV wellicht de financieel gezondste is van alle Vlaamse zenders. Maar dat mag niet ten koste gaan van de geloofwaardigheid.

 

Wil een klant een publireportage laten uitzenden, zou zo’n zender bijvoorbeeld de hele tijd de tekst ‘betaalde propaganda’ in beeld kunnen brengen en zeker geen vertrouwde journalisten ter beschikking mogen stellen om het geheel aan elkaar te praten. We stellen ons de vraag in hoever dergelijke aanpak trouwens nog aansluit bij de decretaal bepaalde opdracht van regionale tv-zenders.

 

-----------------------------------------------------------------------------------------------

 

Meer over dergelijke onderwerpen en media-achtergronden, elke maand in AN AchterhetNieuws, onafhankelijk magazine over media.



10:36 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-09-05

Zeg het voort!

Zeg het voort!
 
De reacties op deze blog zijn echt onverwacht overweldigend. Sommige bezoekers reageren op de artikels zelf, maar de meesten (tientallen per dag) sturen me een persoonlijke mail met meer dan schouderklopjes. Er wordt zelfs gereageerd op andere sites, sommigen zetten spontaan een link naar hier op hun site, ik werd zelfs al gebeld voor een interview met een collega van een belangrijk weekblad.
 
Niets menselijks is me vreemd, maar voor die schouderklopjes doe ik het niet (alleen). Wat me vooral verheugt, is het feit dat zoveel mensen zich herkennen in wat ik hier schrijf en er duidelijk van genieten. En dat zouden er nog meer kunnen zijn.
 
Als jullie nu eens elke dag 1 persoon uit jullie kennissenkring aansporen om hier te komen kijken, dan verdubbelt gewoon het bezoekersaantal exponentieel.
Maar je kan ook naar het hele adressenboek van je mailbox een berichtje sturen dat er bij voorbeeld uitziet als volgt:
 
"Dit moet je jezelf gunnen: een eigenzinnige en eigen zinnige kijk op de actualiteit, met vragen die de media niet meer (mogen?) stellen: http://vrijvanzegel.skynetblogs.be.... Nu gaan kijken!"
 
Als je deze blog zo goed vindt, dan houd je dit adres toch niet voor jezelf, hé?!

12:14 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-09-05

Zeg het toch eens gewoon!

Blijf het toch eens gewoon zeggen, zeg!

 

In de tijd toen krantenbazen nog gevoel hadden voor hun product en de ethiek ervan, schreven Nederlandse bladen steevast over ‘eene groote lampenfabriek in het zuiden des lands’. De naam Philips noemen, zou de schijn kunnen wekken van een gebrek aan objectiviteit en een mogelijke invloed van de publiciteitsafdeling op de redactie.

 

Die schroom zijn we ondertussen kwijt geraakt. Rennersploegen en sportwedstrijden worden schaamteloos aangeduid met de naam van de sponsor. Berichtgeving over de BVBA Clouseau, de NV Helmut Lotti, de SV Pfaff is dagelijks schering en inslag.

 

Maar er is een ander soort terughoudendheid opgetreden in de perswereld. Individuen kan je genadeloos afslachten. Je noemt ze mestkever of fascist en er is geen haan die erover kraait. Met groepen ligt het anders. Bevolkingsgroepen moeten gespaard blijven. En daardoor is er een heel vreemdsoortig taalgebruik ontstaan.

 

Wie vroeger met een voet sleepte, noemden we ‘een manke(poot)’. Wie niet zag, was blind en wie niet hoorde was doof. Iemand die zich met een tweewielig wagentje verplaatste, was een ‘gebrekkelijke’. In Belgisch Congo woonden negers zoals in China Chinezen wonen. Zoals het klokje thuis tikte, tikte het nergens en ’t was geen man die geen pijpken rooken kan.

 

Toen kwamen de fatsoenskruistochten. Horden moraalridders overspoelden onze gewesten. Zij konden aan de realiteit niets veranderen, maar ze dwongen ons om ze anders te benoemen zodat ze minder erg zou lijken.

 

Plots mocht je als journalist niet meer schrijven wat de lezer dacht, wat hij wilde weten of hoe hij sprak. We mochten niet meer spreken over ‘negers’, maar wel over ‘zwarten’. In Vlaanderen ontstond daardoor een totale begripsverwarring…

 

Op slag liep in heel ons land geen enkele ‘blinde’ meer rond. Ze werden gepromoveerd tot ‘visueel gehandicapten’.

 

Ha neen, ‘gehandicapt’ kon ook niet meer. Die mensen moesten we voortaan omschrijven als ‘lichamelijk uitgedaagd’. Ik kan u verzekeren, als ik me lichamelijk uitgedaagd voel, dat ik mezelf absoluut niet als gehandicapt beschouw!….

 

Er werden geen mongooltjes meer geboren, maar kinderen-met-het-syndroom-van-Down. Een verholen middel om deze mensen maar te laten doodzwijgen, want de nieuwe benaming was veel te lang om uit te spreken.

 

Dikke mensen slankten we op slag af door ze 'volslank', 'corpulent', 'zwaarlijvig' of in 't ergste geval 'oversized' te noemen.

 

Werknemers werden niet meer ontslagen, ze vloeiden af. Ze kregen geen oprotpremie, maar een outsource-vergoeding. De personeelsdienst deed ten slotte niet voor niets aan Human Resource Management.

 

Wie voorstander was van een geordende maatschappij was meteen een 'extreem-rechtse fascist' en wie de fundamenten onder de maatschappij wilde uitgraven, noemde zichzelf een 'linkse intellectueel'.

 

Mannen en vrouwen mochten nauwelijks 10 cm van elkaar verschillen, voor de rest moesten ze hetzelfde zijn. Dat vertaalde zich in een onleesbaar taaltje van een journalist(e) die zijn/haar tekst genderneutraal moest opstellen om zijn/haar lezers/-essen niet voor het hoofd of tegen de borsten te stoten. Dat klonk dan over een vrouw, die tot dan toe altijd goed haar mannetje had gestaan, als 'een persoon die haar mens kon staan'!

 

Geslachtsloos schrijven, dus. Duidelijker gezegd: zonder ballen!

 

Het werd nog erger. De inquisitie veranderde niet alleen ons taalgebruik, maar bepaalde ook ons denken.

 

Er mocht geen boom meer gekapt worden omdat er al zo weinig overbleven; er mocht geen kikker meer gezoend worden omdat we al prinsen genoeg hadden; geen madame mocht nog een bontjas dragen, maar we gingen wel met zijn allen naar de stierengevechten kijken tijdens onze vakantie in Spanje; niemand mocht nog werkloos zijn, maar geen enkele onderneming mocht voldoende winst maken om in continuïteit en tewerkstelling te investeren; je mocht geen veilig fietspad aanleggen waar ooit een karrenspoor liep, want die ene kievit is meer waard dan het leven van een kind. Kinderen kan je trouwens bijmaken, kieviten niet. Je mocht zelfs je eigen kinderen niet meer knuffelen, want ouderliefde kan leiden tot onherstelbare trauma’s. Op school leerde je geen Weense Wals meer, wel salsa. Pianospel was out, jembé was in. We aten geen zult, lever en zoom, spek met eieren of erwtensoep met korstjes meer, maar proefden van sushi, couscous, loempia, tapas en pita. De Wereldkeuken. Op braderijen lagen meer Peruaanse geitenwollenpulls dan debardeurkes. Multicul werd het modewoord. En terwijl de overheid jaarlijks miljarden binnenrijft door de accijnzen op rookwaren, verplichtte ze hypocriet om op elk pakje sigaretten een vermanend wijsvingertje op te steken terwijl de roker gewoon blijft doorroken en zijn middenvinger opsteekt. De idee was echter niet nieuw. In 1939 leefde bij onze oosterburen een man met een snorretje die dat al eerder had voorgesteld. De geschiedenis leerde ons, waartoe dergelijke gedachte kan leiden.

 

Tegen alles en nog wat, moest de krant moord en brand schreeuwen.

 

Terwijl we daarmee bezig waren, overspoelde de anders gekleurde medemens onze maatschappij. Niet, met de ondernemingsdrang van ónze mensen die in moeilijke jaren uitweken naar Amerika, Canada, Zuid-Afrika of Australië. Niet, op zoek naar ‘grond en dak’ om er een zelfbedruipende gemeenschap te vestigen zoals de joden of de Chinezen in Antwerpen. Maar als een arrogante indringer die vooral onze zorgvuldig opgebouwde zorgsystemen wilde plunderen.

 

Neen, ze zijn niet allemaal zo. En ja, er zit tussen onze mensen ook crapuul. Maar ik zie cijfers en ik zie de dagelijkse realiteit in mijn straat. Daarover mag een journalist evenwel niet spreken. Journalisten hebben opdracht om in kwalijke gevallen, geen namen te noemen waaruit iemands herkomst zou kunnen blijken. En zelfs, bijna typisch Vlaamse, voornamen  zoals Abdul, Youssef of Driss moeten desnoods vertaald worden tot Abel, Jozef en Andries, ofwel alleen met initialen weergegeven.

 

Waar tot voor kort nog sprake kon zijn van ‘gastarbeiders’, werd deze term niet door het politiek correcte denken maar door de generaties achterhaald. Ze waren geen tijdelijke gast meer en arbeiden deden ze ook nog weinig. ‘Inwijkelingen' was eigenlijk het juiste woord, maar 'allochtonen' klonk intellectueler. Nu mag een journalist zelfs dàt niet meer zeggen.

 

Dat hij een uitdrukking als ‘vliegendschijtkleurige medeburgers’, niet mag gebruiken, vind ik terecht. Maar om iedereen die zich op het pad van grote of kleine misdaad begeeft en van vreemde origine is, nu maar meteen ‘jongere’ te moeten noemen ongeacht de leeftijd, is demagogisch.

 

Journalisten kunnen echter niet anders, op straf van ontslag. Een telefoontje van een opzij geschoven dorpspolitieker volstaat om een hoofdredacteur te bewegen C4's uit te schrijven.

 

Ik weiger deze komedie mee te spelen. Ik blijf spreken over negers, blinden, mannen en vrouwen, dikkertjes en allochtonen.

 

Ik zal mijn schoonzusje, die ongelooflijk lief, behulpzaam en zeer muzikaal is, ook blijven ‘mongool’ noemen. Zij verdient die eretitel. Elk eufemisme zou een belediging zijn voor haar. En voor haar talenten.


10:42 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (9) |  Facebook |

05-09-05

 

AN AchterhetNieuws

Maandelijks magazine over media

www.achterhetnieuws.be



10:10 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-09-05

De politiek van de Gordel

De politiek van de Gordel

 

Ik lag vanmorgen utigebreid te genieten in een schuimbad dat naar eucalyptus geurde. Gewoonlijk komt Guy Deprez mijn geest dan masseren met nieuwsfeiten en hits uit lang vervlogen tijden. Vandaag dus niet.

Het puberale gegibber van Chris Jonckers, de nostalgie van Deprez en de poppenkast van Luc Verschueren waren vervangen door een urenlang rechtstreeks verslag van de Gordel.

 

Belachelijk, natuurlijk. De Gordel is een onderwerp in het nieuws zoals elke gebeurtenis op zichzelf. Dat is alles. In de loop van die gebeurtenis gebeurt er niets nieuwswaardigs, zeker niet om er een rechtstreeks verslag aan te wijden dat bovendien een halve dag duurt.

 

De reporters ter plaatse hadden het er ook moeilijk mee. Waarover moet je in godsnaam blijven lullen terwijl een paar mensen een zondagse wandeling of een fietstocht maken? Over de start van de Gordel, 25 jaar geleden, met het Davidsfonds, het IJzerbedevaartcomité en de Volksunie op kop? Een vreedzame mars, om aan te tonen dat de gordel rond de hoofdstad Vlaams grondgebied is, zoals de hoofdstad dat eeuwen geleden ook ooit was. Een massa-uitstap, om duidelijk te maken dat we dat gebied niet willen prijsgeven. Daarom die wandeltocht. Zoals de boer die vroeger zijn perceel ‘afstapte’ en op de grens een putje groef, er een paar keitjes inlegde en er een paal op plaatste. Als boer-buurman dan bij nacht en ontij die paal zou opschuiven om zijn eigen erf te vergroten, kon de boer-afstapper dat merken aan de steentjes.

 

Over de oorsprong van de Gordel mocht die reporter echter niet reppen. Want 25 jaar geleden was de invasie door boer-buurman al begonnen, anders zou die Gordelmanifestatie er nooit gekomen zijn. En vandaag gaat de inpalming nog steeds arrogant door, niet eens in de duisternis van de nacht maar op klaarlichte dag terwijl we erop staan te kijken.

 

Eigenlijk had de Gordel dit jaar niét mogen doorgaan in de randgemeenten rond Brussel. De hele meute had moeten naar Henegouwen trekken en voor het huis van Di Rupo een putje graven, er een handvol knikkers inleggen en een grenspaal zetten met de tekst: ‘Tot hier en niet verder! En als ’t je niet zint, ga dan voor een ander hol keffen!’

 

’t Klinkt niet beleefd, maar sommigen mensen verstaan je alleen als je grof praat. Zij doen dat trouwens ook.

 

Flor Grammens, de vader van publicist Mark Grammens, zou nooit meegestapt zijn in een Gordel. Dat was een man van de daad. Buiten een Vlaamse Kermis komt Vlaanderen vandaag niet meer aan daden toe.

 

En na het verraad van Brussel-Halle-Vilvoorde, de stoere taal die niet meer dan een scheet in een fles bleek te zijn, kan Vlaanderen best zwijgen over het ontstaan van de Gordel. Dat snapt zo’n radioreporter natuurlijk ook wel.

 

Dus interviewt hij lukraak enkele deelnemers. Hoe laat ze zijn opgestaan vanmorgen, of ze al ontbeten hebben, of ze nieuwe wandelschoenen gekocht hebben, of ze de paraplu van vorig jaar nog kunnen gebruiken, de hoeveelste keer ze erbij zijn, of ze zich nog herinneren waarom Vlamingen eigenlijk gordelen, enz...

 

Ai, de verkeerde vraag!

 

Een deelneemster (aan haar stem te oordelen, niet meer zo jong) pikt er gretig op in: “Daar doen wij niet aan mee, meneer. Wij houden ons niet bezig met politiek. Alle Belgen zouden moeten gelijk zijn voor de wet, toch? Als de Fransen hier komen wonen, moeten ze zich maar aanpassen en dan moeten ze maar Vlaams leren, hé meneer. Wij moeten ook Frans spreken als we naar ginder gaan. Zo denk ik erover, meneer. Maar met politiek houden we ons niet bezig...”

 

Ik wist niet wat ik hoorde! Ik moest in mijn bad, zelfs een beetje neerbuigend, glimlachen over zoveel tegenspraak uit eenvoud.

 

Tot... tot ik plots luidop tegen de schuimbubbels zei: “Maar verdorie, dat mens heeft gelijk! Ze heeft gelijk, gròòt gelijk!!”

 

Heel die taalkwestie in ons land heeft niks met politiek te maken. Net zo min als veiligheid, tewerkstelling, koopkracht, pensioenen, onderwijs en ziekenzorg met politiek te maken hebben.

 

Dat alles hoort gewoon bij een samenleving die zich binnen afgesproken regels een beetje goed wil voelen met zichzelf en de anderen.

 

En dat kan! Als iedereen daaraan wil meewerken, met het nodige respect en begrip. En wie de regels niet respecteert, moet dat maar eens aan ’t verstand gebracht worden, desnoods er ingeklopt krijgen. Toen ik jong was, gebeurde dat met een liniaal op de knokkels. Pedagogisch onverantwoord, maar ’t werkte wel. Die liniaal noemden we trouwens ‘regel’, taalkundig fout maar als symboolwoord kon het tellen.

 

Jammer dat al die politici op de gordel even voor de camera kwamen glimlachen om te tonen dat ze een paar seconden sportief kunnen doen. Zij hadden bij de radioreporter moeten staan en luisteren naar wat die vrouw zei.

 

Misschien zouden ze begrijpen dat ze zich met de mensen en met de samenleving moeten bezighouden. Niet met politiek.





20:01 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (809) |  Facebook |

03-09-05

Die kleine wereld

Die kleine wereld
 
Het was 1968, het jaar van de barricaden in Parijs en flowerpower in Amsterdam en ik was 18 jaar. Ik besloot journalist te worden. Waarom besloot ik journalist te worden? Om de wereld te verbeteren.
 
Het is 2005, het jaar van Bush in Washington en Verhofstadt in Brussel. Ik ben ondertussen meer dan 30 jaar journalist en de enige die er beter van geworden is, ben ikzelf.
 
Wat is de wereld toch klein, denk ik soms.



10:46 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-09-05

Denken, slecht voor het hoofd

Denken, slecht voor het hoofd!

 

Het zal wel komen omdat ik een eenvoudige volksjongen ben, dat sommige dingen me niet duidelijk zijn. Maar daarom stel ik er vragen over. In de hoop dat iemand, met meer kennis en meer intelligentie dan ik, erop kan antwoorden.

Helaas gebeurt dat zelden. En dan begint een mens snel te denken dat je het antwoord gewoon niet mag weten. Met andere woorden, dat je vraag precies de vinger op de wonde legde.

 

Neem nu Katrina, de sirene die met één ademstoot de hele Zuid-Oostkust van de Verenigde Staten tot puin herschiep.

 

De Amerikanen noemen zichzelf de biggest, strongest and smartest nation of the world. De grootste, de sterkste, de slimste. Je kan natuurlijk veel over jezelf verklaren. Ik ken bij ons ministers van nog geen 30 die ook van zichzelf zeggen dat ze bekwaam zijn.

 

Maar de Amerikanen zijn wel op de maan geland. Ze sturen een raket in de ruimte die op een maandag gefabriceerd werd en toch ongeschonden terugkomt. Ze chirurgen in de hersenen, zelfs telegeleid en van op kilometers afstand, met het gemak waarmee wij een bokaal haringfilets opendraaien. Ze ontwikkelden het internet, dat al veertig jaar bestaat, tot een wereldomvattend communicatiemedium, gebaseerd op een chip ter grootte van een muntstuk. Een golden eagle, weliswaar. Ze bombarderen met haarfijne precisie een doel dat ze via satellieten op duizenden kilometers afstand in ’t oog houden en programmeren met die gegevens hun raket zodanig dat ze het doel niet kan missen.

 

En dan steekt er een storm op. Een echte dit keer. Niet zoals een dief in de nacht, geen tsunami die zoals een monster van Loch Ness onverwacht opduikt, met vernielende kracht neerploft en in zichzelf oplost. Neen, Katrina was weken vooraf aangekondigd, de kracht en de richting waren haarfijn berekend.

 

Op dat ogenblik vraagt het jongetje in mij: was daar dan niets tegen te doen? Als je kan op de maan landen, als je via satelliet geleide precisiebombardementen kan uitvoeren,… kan je dan die windhoos niet in de kern treffen en uit elkaar trekken voor ze onheil aanricht? Kan je dan niet de storm een andere richting uitsturen, naar aartsvijand Cuba of naar Irak of desnoods naar de maan?

 

Als dat dan toch niet kan, waarom werd dan niet vroeger begonnen met de evacuatie?

 

En nu het toch te laat is, waarom staat de president er dan lachend bij en vertelt hij wat algemeenheden van een ongeïnspireerde copywriter?

 

Waarom worden we niet moreel gechanteerd met bankrekeningnummers voor onze hulpbijdrage? Waar blijft de liefdadigheidsindustrie met indrukwekkende tv-shows?

 

Of zou het kunnen,… (ik durf het bijna niet denken, laat staan uitspreken) …zou het misschien kunnen dat die hele Katrina-ramp precies in het plaatje past? Want die hele Zuid-Oostkust is voor het grootste gedeelte bevolkt met een zwarte, verpauperde bevolking die de States liever kwijt dan rijk is. En de blanke Amerikanen die er wel iets betekenen, worden dan afgeschreven als ‘collateral damage’.

 

Ben ik paranoide als ik zo denk?

 

Overdrijf ik als ik soms vrees dat de hele AIDS-problematiek een kunstmatig gecreëerde ziekte is om twee, door political correctness overbeschermde, bevolkingsgroepen (zwarten en holebi’s) via een omweg te kunnen stigmatiseren, omdat ze niet in de Amerikaanse droom passen? Dat de uitroeiende kracht van de ziekte in vooral Afrika, eigenlijk de States heel erg goed uitkomt in hun ambitie van wereldheerser?

 

Of moet ik elke twijfelgedachte over de Amerikanen meteen verbannen omdat ze ons een halve eeuw geleden ‘bevrijd’ hebben? Deden ze dat wel of namen ze de plaats van de agressor in? En deden ze het wel voor ons of alleen uit hun eigenbelang?

 

Als de oliepijpleiding uit de Russische deelstaten niet over Turkije en het vroegere Joegoslavië naar het Westen zou lopen, zouden de Amerikanen zich nooit in die oorlog gemoeid hebben. Dan hadden ze de Serviërs, Montenegrijnen en andere kleine volkeren rustig elkaar laten afmaken. Dan zouden ze nu ook niet de EU met alle middelen onder druk zetten om een volop Aziatisch land zoals Turkije in de Unie op te nemen.

 

In welk Unie trouwens? Die van Europa? Welk Europa? Dat schiereiland van Eurazië met onder elke grenspaal het bij elkaar geveegde puin van de geschiedenis?

 

Ik denk soms dat ik te veel denk.

 

Maar dat komt omdat mensen die wéten, grijnzend hun bakkes houden.



12:52 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

01-09-05

De ziel van het kind

De ziel van het kind

 

Eergisteren is Niels zes jaartjes oud geworden en vandaag is hij voor het eerst naar de Grote School gegaan. Een belangrijke stap in een jongensleven.

 

Over drie maanden zal hij een beetje kunnen tellen, woordjes schrijven en eenvoudige zinnetjes lezen. Hij zal stilaan de communicatietechnieken verwerven om toe te treden tot de wereld van de volwassenen. Stap voor stap. Eerst zes jaar in de Grote School, dan zes jaar in een nog grotere school en hopelijk daarna nog enkele jaren hier of daar…

 

Zowat vijftien jaar lang zal hij gekneed en gevormd worden tot de persoon die hij later zal zijn.

 

Het ‘instituut school’ zal weinig aan zijn persoonlijkheid veranderen. Dat gebeurt door die ene meneer of die ene mevrouw die voor de klas staat. Die haar job doet voor de centen en voor de vakantie, ofwel voor het kind. Niet voor alle kinderen in de klas, maar voor dat ene kind, waarvan er toevallig een aantal unieke exemplaren in dezelfde klas bij elkaar zitten.

 

Ik geloof dat heel wat leerkrachten het goed bedoelen en erg bekwaam zijn. Maar ik weet ook dat ze sneller uitgeblust geraken door het feit dat ze steeds nieuwe experimenten moeten proberen, zoals het invoeren van moderne wiskunde op het ogenblik dat in Amerika al gebleken is dat het een achteruitgang is op de klassieke wiskunde. Ik weet ook dat ze steeds sneller ontmoedigd geraken omdat ze meer moeten vergaderen, meer formulieren invullen, bijscholingen volgen die alleen nut hebben om instructieteams bezig te houden, enz… dan datgene wat ze eigenlijk zouden willen en moeten doen en waar ze ook erg goed in zijn: les geven!

 

Daarom ben ik een beetje bang voor Niels.

 

Zal hij nog op een ernstige manier zijn moedertaal aangeleerd krijgen of vindt een verlichte geest dat ‘de boodschap belangrijker is dan de vorm’ en dt-fouten er dan maar bij horen?

 

Zal hij nog lezen in een bloemlezing zoals Zuid-en-Noord waarin zowat alle grote schrijvers uit onze streek vertegenwoordigd zijn of zal hij moeten denken dat de Vlaamse literatuur zich beperkt tot Brusselmans en Lanoye?

 

Zal hij nog les krijgen van leerkrachten met het niveau van woordkunstenaar Francis Verdoodt waaraan ik destijds na de les Nederlandse Poëzie, vroeg "of we die gedichtjes ook moesten kennen voor het examen?" en die dan antwoordde: "Neen hoor. Die moet je kennen... voor het leven!"

 

Zal hij nog leren over Adam en Eva, of gaat hij denken dat dit figuren zijn uit de nieuwste musical van Studio 100?

 

Zal hij nog geschiedenislessen krijgen? Niet het verhaal dat opgedrongen wordt door de overwinnaar, niet de political correcte indoctrinatie zoals die tegenwoordig ook al in de boekjes gedrukt staat, maar de echte geschiedenis, de kruisbestuivingen, de wederzijdse invloeden, de dieperliggende oorzaken van wereldschokkende gebeurtenissen, zelfs als die niet zo goed in ons kraampje passen?

 

Zal hij nog leren van met een losse hand een cirkel te tekenen, hoewel er ook passers bestaan? Zal hij nog mogen kliederen met kleuren zoals zijn hart en gevoel het ingeven en niet zoals heel wijze mensen bepaald hebben dat het moet?

 

Zal hij nog leren genieten van de spartelende muziek van Die Forelle en beseffen dat de muziekgeschiedenis niet begint bij Tien om te Zien?

 

Zal hij nog leerkrachten hebben die de moed hebben om ‘het boekje’ eens opzij te schuiven en ‘uit het leven’ te vertellen? Die hem erop wijzen dat Gaia en Greenpeace bedrieglijke rookgordijnen zijn en dat de Oxfam Woekerwinkels geen enkele economische bijdrage leveren?

 

Zal hij in een scriptie nog zijn eigen mening mogen zeggen en daarvoor gewaardeerd worden, of moet hij zijn promotoren, tegen beter weten in maar alleen voor de punten, naar de smoel praten?

 

Zullen zijn leerkrachten nog zelf kunnen denken, of huilen ze alleen maar mee met de wolven in het bos?

 

Ik kan ze het dan niet eens kwalijk nemen, want ze zijn ook kinderen van hun tijd.

 

Ik stel aan de leerkrachten van Niels maar 1 beleefde vraag: “Please, don’t mess the guy!! - Verknoei dit kind niet!!”

 

Het is mijn kleinzoon.





09:48 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

31-08-05

Helft van de bedrijven heeft geen personeel

Helft van de bedrijven heeft geen personeel

 

De voorbije tien jaar kwamen er in ons land 35 % bedrijven bij. De helft daarvan heeft geen personeel in dienst. Het totaal van vennootschappen zonder personeel bedraagt 139.000 of drie keer meer dan voor 10 jaar. (Cijfers uit studie van Graydon).

 

In 1996 waren bedrijven zonder personeel eenpersoonsvennootschappen, vrije beroepen, artiesten, zelfstandige managers of consultants, juridische constructies waarin gebouwen, schepen en financieringsmaatschappijen waren ondergebracht of holdingmaatschappijen.

 

Vandaag is dat anders. Ook handels- en zelfs productiemaatschappijen hebben vaak een lege loonlijst. Zij ‘outsourcen’. Dat betekent dat ze hun activiteiten in onderaanneming laten uitvoeren, vaak door andere eenpersoonsbedrijven of zelfstandigen. Zelfs de secretaresse of de telefoniste is niet altijd in dienst van het bedrijf waarvoor ze zich enthousiast engageert.

Zoals een tv-regisseur niet altijd voor VRT of VTM werkt, maar misschien voor een productiehuis.

 

Op zich is daar niets op tegen. Voor de mensen komt het erop aan, een aangename job te hebben en daar het dagelijkse brood mee te verdienen.

 

De evolutie op zo’n korte termijn, geeft wel te denken over de oorzaken.

 

Er is in de eerste plaats de kostprijs van personeel. Als we het alleen over verloning hebben, kost een werknemer ongeveer drie keer zoveel aan zijn werkgever dan zijn maandelijks nettoloon.

 

Wie dus een koopkracht heeft van 1.300 euro per maand (een goeie 50.000 frank), kost eigenlijk 46.800 euro op een jaar of  bijna 2 miljoen frank. Daar komen nog allerlei andere kosten bij zoals de verplichte personeelsverzekering tegen ongevallen, in sommige gevallen de syndicale bijdrage, soms een groepsverzekering, allerlei premies, vakantiegeld, een dertiende maand, in bepaalde gemeenten een taks op tewerkgesteld personeel, een werkruimte, meubilair, informatica hardware, indien nodig een bedrijfswagen, een laptop en/of gsm, communicatiekosten zoals telefoon en fax, drank zoals frisdrank of koffie, verplichte tussenkomst in de verplaatsingsvergoeding van en naar het werk, tot… toiletpapier.

 

Vergeten we ook niet dat elke werknemer wel eens voor eigen gebruik de infrastructuur van zijn bedrijf, zoals de telefoon of de fotokopiemachine, inschakelt en dat ‘vergeet’ af te rekenen of er zich zelfs niet van bewust is.

 

Valt een bediende ziek, dan betaalt het bedrijf dat loon gedurende één maand gewoon door, zonder dat er een tegenprestatie tegenover staat. Erger, soms moet de werknemer door een interimkracht vervangen worden en kost het dus dubbel.

 

Heeft een werkgever de pech dat hij een syndicale vertegenwoordiging in huis heeft (moeten toelaten), zal hij om de haverklap met het mes op de keel gedwongen worden opslag te geven of premies te verlenen voor alles en nog wat. Maar… elke eurocent die de werknemer meer ontvangt, betaalt de werkgever maal drie.

 

Heeft die syndicale afvaardiging te lang buiten de belangstelling gestaan, zal ze bij voorbeeld beginnen onrust stoken en de werkgever onder dreiging van staking laten beloven dat hij –ongeacht de orderportefeuille of de conjunctuur- de eerstvolgende vijf jaar geen personeel zal afdanken. Werkgever noch vakbond hebben echter een glazen bol, maar de vakbond moet nu eenmaal tussendoor toch iets doen om haar leden de indruk te geven dat ze nuttig is, zodat de lidgelden van naïeve werknemers blijven binnenstromen

 

Gaat het daarna een periode minder goed in het bedrijf, dan blijven de verworven rechten natuurlijk geldig. Het personeelsbestand verkleinen, is niet altijd mogelijk. De vakbondsindustrie maakt liever een bedrijf helemaal kapot dan het afgeslankt te laten overleven. Zij beroept zich daarvoor op wat zij zelf ‘stakingsrecht’ is gaan noemen. Al is staking absoluut geen recht. Het is chantage.

 

Maar er is nog een andere reden waarom personeel niet zo eenvoudig kan afgedankt worden. Elk personeelslid bouwt een ‘sociaal passief’ op, namelijk de ontslagpremie. Wie 1 dag langer dan de proeftijd in dienst is, moet als bediende drie maanden uitbetaald worden bij ontslag. Wie 5 jaar dienst heeft, krijgt zes maanden tot een jaar. 

 

Dat wil zeggen, dat elke werkgever, per werknemer een spaarpotje van 1 tot 2 miljoen frank zou moeten opzij gezet hebben tegen het moment dat het eens minder goed gaat. Dat kan geen enkel bedrijf, want dat kapitaal is nodig om dagelijks te kunnen werken.

 

Werkgevers hebben ondertussen door dat zij alleen kunnen overleven, …zonder personeel!

 

Vandaar dat meer en meer ‘clusters’ ontstaan van zelfstandige personen die samen een groep vormen, aan hetzelfde project werken en de verloning aan elkaar factureren en betalen. Geen sociaal passief, geen syndicale pottenkijkers, geen vaste kosten in moeilijke dagen. De oude liberale principes van ‘voor wat, hoort wat’ en in de magere jaren 'de tering naar de nering zetten'.

 

Waar we dan blijven met de sociale solidariteit? Hoooo, dié is door Jan-Nooit-Genoeg zelf uitgehold. Want hoog van de toren blazen is niet moeilijk als je bij iemand anders zowel de ladder als de trompet gaat lenen. En de rode vuist ballen kan maar zolang tot de werkgever,  helemaal uitgeperst, eindelijk aan zichzelf begint te denken. Zoals de vakbonden het hebben voorgedaan.

 

Misschien moeten werknemers én werkgevers zich maar eens verenigen om hun belangen, die vaak dezelfde zijn, te verdedigen tegen oproerkraaiers die zelf geen verantwoordelijkheid nemen en spreken vanuit een ‘organisatie’ die juridisch niet eens bestaat.






18:46 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

30-08-05

Zelfs een hond sch... niet in z'n mand

Zelfs een hond sch… niet in z’n mand

 

1.

 

Als ik luister naar ‘Brussel’ van Jacques Brel, doet het me altijd wat. Ik weet ook dat deze buitenlandse stad al lang niet meer is zoals ze in dat lied weerklinkt en misschien zelfs nooit zo geweest is. Maar in gedachten zie ik dan toch de brede lanen, de bomen met hun lenteblaadjes, statige heren en kokette dames waarvan de stap iets trager is dan vlot. Dat komt omdat ze nergens naartoe gaan. Ze gààn gewoon. Nog liefst zouden ze ter plaatse trappelen, want voorbij het einde van de straat is er niets meer. Daar begint de stad zoals ze overal elders is. Zien en gezien worden.

 

Flaneren gebeurde meestal langs de lanen of door de winkelstraten. Mooie, propere straten met gespecialiseerde winkels. Niet met spullen voor dagelijks gebruik zoals de ‘koloniale waren’, geen bakkers of slagers, maar winkels met het resultaat van de ambachtsman zoals de kleermaker, de parasolmaker, de hoedenmaker, de handelaar in stijlmeubelen, in porseleinen serviezen, in prachtig ingebonden boeken, in antiek. Handelszaken, waar men van einde en verre naartoe kwam. Geen wonder, dat de bewoners van die stad met zichzelf liepen te pronken tegen de bezoekers uit de rand!

 

Elke stad had haar ‘chique’ straten. Antwerpen heeft zo nog steeds haar Meir en Wilde Zee. Ook de Carnotstraat was tot buiten de landsgrenzen beroemd voor ‘het betere merk’ en de naastliggende straten profiteerden daarvan mee.

 

2.

 

Ik parkeer mijn wagen aan de Stenen Brug, op de grens van Antwerpen en Borgerhout. Ik wandel voorbij Zaal Roma, ooit een monument en nu een kunstmatig in leven gehouden subsidievretend doekje-voor-het-bloeden dat cultureel geen fluit betekent.

 

Ik wil flaneren, de hele Carnotstraat door tot op het Astridplein. Ik wil dromen van weleer. Ik verbeeld me een zwarte wandelstok met zilveren knop in mijn linkerhand. Maar het lukt niet. Al de klasse zaken zijn verdwenen. Gesloten, failliet of verhuisd. In de plaats kwamen nachtwinkels, telefoonwinkels, internetcafés, pitabars.

 

Flaneren op het voetpad is er ook niet meer bij. Iedereen loopt waar het uitkomt. De tram moet wachten, want de bewoners eisen zich een voorrang op. Auto’s stoppen midden in de straat en de chauffeurs beginnen door het opengedraaide raampje hun familiegeschiedenis te roepen naar een wagen die aan de overkant van de straat in de andere richting ook de rest van het verkeer ophoudt.

 

Tussen de voetgangers scheuren mobilettes langs kinderkoetsen. In de portieken hangen wat jongelui te hangen. Zien en liefst niét gezien worden.

 

De mensen op straat zijn kleurrijk. Gelig, getaand, bruin, zwart. Ze doen me denken aan het grote tafereel dat vroeger in de lagere school tegen de klasmuur hing met een afbeelding van de verschillende rassen. Toen nog op verschillende plaatsen ter wereld. Vandaag in de Carnotstraat.

 

Op de grond ligt een kilometerlange brij van frieten met mayonaise, broodjes met ketchup, besmeurd papier, lege blikjes van frisdrank, gebruikte maandverbanden en rochels. Veel rochels. Iedereen spuwt er op elkaars schoenen.

 

De mensen in de Carnotstraat hebben blijkbaar geen grijpreflex. Alles wat ze niet nodig hebben, laten ze vallen waar ze staan. Zoals een hond die ook z’n poot opheft als hij de drang voelt. Maar geen enkele hond schijt in zijn eigen mand, dat is wel zeker!

 

Op het Astridplein haal ik diep adem en haast me naar de De Keyserlei. Naar Antwerpen.

 

3.

 

In de stad Aalst loopt al sinds 1 januari 2004 een project rond Zwerfvuil. De stad zorgde eerst dat er voldoende vuilnisbakjes aanwezig waren, stuurde een leger controleurs de straat op en aarzelde niet van fikse boetes uit te schrijven als iemand zomaar wat afval naast het bakje weggooide. Met de bevolking werd uitvoerig gecommuniceerd dat zwerfvuil altijd bewust ontstaat en veroorzaakt wordt door wie er het meest over klaagt.

 

Begin juli werd de actie afgesloten met een ludiek evenement op de zaterdagse markt. Zogenaamde Trash Busters (welk ongeïnspireerd, maar wellicht duur reclamebureau heeft zo’n belachelijke naam uitgevonden, die niemand in Aalst begrijpt?!) wandelden door de straten, hielpen de marktkramers bij het opruimen van hun afval en spraken ook de kooplustigen aan om hen een afvalvriendelijk gedrag bij te brengen.

 

In Aalst is nu iedereen ervan overtuigd dat een schone stad een aangename stad is. En dat begint bij 1 sigarettenpeuk of 1 papiertje van een karamel.

 

4.

 

Als belastingbetaler mogen we veel verwachten van de overheid, maar niet dat ze het zwerfvuil opruimt dat wij achteloos weggooien. Zwerfvuil is geen verantwoordelijkheid van de overheid, het is onze eigen verdomde schuld.  


14:58 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

29-08-05

De 'jonge Turken'

De 'jonge Turken'

 

Niet ver van mijn kantoor heeft een ingeweken Turk een kruidenierswinkeltje geopend. Alle dozen en bokalen staan netjes op het schap. De verse groenten glunderen in bakken tegen de gevel. In de deuropening: een uitnodigende glimlach van een wit gebit dat stralend afsteekt tegen de iets donkerder huid. Toch draait de handel niet. Jammer, want de uitbater is schoon, vriendelijk, geïntegreerd, spreekt goed Nederlands en is gastvrij.

 

Er zijn namelijk nogal wat redenen voor, die op elkaar aansluiten. Om te beginnen richt een vooroorlogse kruidenierswinkel zich op de buurt. Een periferie van, laat ons zeggen, maximum anderhalve kilometer. Klanten die te voet komen. De winkel ligt trouwens op de hoek van een vreselijk druk en levensgevaarlijk kruispunt, waar je nergens in de buurt kan parkeren.

 

Maar de bevolking uit die buurt bestaat hoofdzakelijk uit Marokkaanse medeburgers. Die kopen niet bij Turken. Marokkanen zijn uitgesproken racistisch ingesteld, al beweren ze dat van ons.

 

Turken kopen wel bij Turken. Eigen volk, enzovoorts… Maar helaas wonen er te weinig Turken in de stad om zo’n winkel leefbaar te maken. En degenen die er toch wonen, doen hun inkopen bij Aldi waar ze hun kar overvol laden met relatief degelijke producten die in verhouding spotgoedkoop zijn. Helemaal ongelijk hebben ze niet.

 

De ‘oude Belgen’ die er nog wonen, vinden zo’n buurtwinkel wel sympathiek en het maakt hen eigenlijk weinig uit dat er een Turk achter de toonbank staat. Integendeel, ze waarderen het dat iemand, die hier een nieuw leven probeert op te bouwen, durft de handen uit de mouwen steken, initiatieven neemt en niet de gemakkelijkste weg van het profitariaat kiest.

Maar toch zijn ze er na een paar schaarse bezoeken weg gebleven.

 

In het begin waren er alleen verse groenten die er heel fris uitzagen en sommige soorten kenden wij hier zelfs niet, laat staan dat we ze ergens anders konden kopen. Maar dan kwamen er conserven bij. Ingevoerd uit Turkije, met eentalig Turkse etiketten. Dat is niet alleen tegen de taalwetgeving, maar onze industrie wordt er ook niet beter van. Toen kwamen er poetsmiddelen, kleding, juwelen, lederwaren, verf, petroleum, gasflessen, enz… Het buurtwinkeltje op de hoek werd een klein grootwarenhuis, zoals we die een halve eeuw geleden in elk dorp kenden.

 

Toen was dat noodzaak. En de overheid heeft die winkeltjes van destijds vakkundig kapot gewurgd door zo’n hoge normen op te leggen dat alleen grote ketens er nog konden aan voldoen en de zelfstandige ondernemer, kapot getreiterd en van pure armoede, de deuren sloot en een fabrieksbaantje zocht.

 

Ook vandaag worden slagers nog steeds zwaar beboet als ze een belegd broodje verkopen. En die brave Turk mag zowat alles aanbieden?

 

’t Is ook niet makkelijk om te weten wie de winkel eigenlijk uitbaat. Er loopt constant zowat tien man rond, van heel jong tot heel oud en iedereen doet er iets. Het is duidelijk een familiezaak en dat heeft beslist zijn charme. Alleen zien we die charme niet meer in onze eigen winkels, want iedereen die er een papiertje opraapt of een doosje verzet, moet vermeld staan in het personeelsregister en kost drie keer zoveel dan ie uiteindelijk in handen krijgt op het einde van de maand. Als de partner van de uitbater of uitbaatster bovendien gepensioneerd is of steun trekt, kan er een ijzingwekkende straf volgen bij betrapping.

 

In de winkel van onze Turk is dat allemaal niet zo duidelijk. Wie is er familie van wie? Wie werkt echt in die winkel of wie steekt maar een handje toe? Wie heeft er nog een andere baan en wie wordt door het sociale vangnet gewiegd?

 

Maar de belangrijkste reden waarom we er weggebleven zijn, zijn de prijzen. De producten zijn namelijk niet, onvolledig of onbegrijpelijk geprijsd, hoewel ook hiervoor wettelijke voorschriften bestaan.

 

Als je een beetje oplet, dan merk je dat ze twee tarieven hanteren: een voor Turkse klanten, een voor Belgen. Die laatsten betalen een stuk meer. Wat opvalt: de hele familie spreekt behoorlijk Nederlands als je uitleg vraagt over de producten, maar gaat het over de rekening dan kent ze alleen Turks… Ze komen dan met z’n allen dreigend uitleggen dat de rekening toch klopt. Je betaalt en komt nooit meer terug.

 

Los van de laatste vaststelling, vraag ik me af of we nu strenger moeten zijn voor deze mensen in het doen toepassen van onze regeltjes? Misschien moeten we al die regeltjes eens herbekijken en gewoon versoepelen zodat ónze ‘jonge Turken’ terug zin krijgen om iets te ondernemen.

 

Er zijn genoeg jonge mensen die boordevol ideeën en creativiteit zitten. Lef hebben ze ook. Sommigen zelfs een klein startkapitaal. Tot ze aan het Ondernemersloket staan en daar hun moed in de schoenen zinkt.

 

Maar stel je voor dat ze een beetje beginnen sjacheren zoals Rik de Bandenman uit Lily en Marleen? So what? De overheid doet dat toch ook door ons een Zilverfonds voor te spiegelen waarvan de belangrijkste waarde de omhulling van een stuk chocolade is, zoals we vroeger de negertjes in Congo rijk maakten met zilverpapiertjes van Jacques of Côte d'or.

 

Misschien betalen de nieuwe ondernemers, met versoepelde voorwaarden, niet voldoende sociale lasten of belastingen, maar ze verdienen wel geld dat ze daarna uitgeven en in onze economie brengen. De overheid pikt daar àltijd een graantje van mee. Beter rollend zwart geld waarvan sowieso een deel binnenkomt, dan stempelgeld dat buitengaat, toch?

 

Trouwens, kan iemand mij zeggen hoeveel belastingen de Fordfabrieken in Genk betalen? Dat terrein is niet eens Belgisch grondgebied meer, om het bedrijf te kunnen vrijstellen van belastingen!





14:53 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-08-05

AN is bijna klaar

AN is bijna klaar

 

Vandaag, de laatste vrijdag van de maand. Drukdrukdruk. Allerlei projecten in eindfase, het nieuws stroomt binnen en buiten. En volgende week verschijnt een nieuw nummer van AN.

 

‘Ons AN’, dat is de afkorting van AchterhetNieuws. En AchterhetNieuws is een magazine dat we sinds anderhalf jaar uitgeven. Het gaat uitsluitend over de media, maar omdat de media eigenlijk de spiegel van de maatschappij zijn, is het geen vakblad. Of toch wel? Maar dan voor iedereen die met de media te maken heeft: vooral de lezers!

 

De hoofdredacteur is deze week een beetje ziekjes en de redactieploeg zit nog in Zuid-Franse vakantiestemming, maar het nummer zal er liggen en – zoals steeds – weer stérk zijn. Ik kon zonet al een blik werpen op de eerste lay-outproef.

 

Kris Pattyn, die verantwoordelijk is voor de rubriek ’Nieuwe Media’, wijdt een uitvoerig en diepgaand artikel aan Belgacom-TV en vraagt zich af hoe verstandige mensen zo’n blunders kunnen begaan. Technologisch is alles in orde, maar als B-TV op z’n bek gaat dan zal het komen door… de Vlaamse huisvrouw!

 

Kris onderzoekt ook het verschijnsel podcasting, dat straks alle wetten en decreten over vrije radio’s een neus zet.

 

Hoofdredacteur Guy Freiermuth brengt een volledig overzicht van de verkoopcijfers van alle Belgische kranten. Belangrijk aan deze tabel is de vergelijkingsmogelijkheid met de cijfers van hetzelfde kwartaal van vorig jaar.  Beangstigend om vast te stellen hoe sommige dagbladen echt in vrije val zijn.

 

Patrick Herroelen, onze specialist in audiovisuele media, ontleedt met een vlijmscherpe scalpel de enquête van minister Bourgeois over de openbare omroep.

 

Van mijn hand staat er een artikel in over RTV, de regionale tv-zender die tegen betaling ‘nieuwsberichten’ van gemeentebesturen uitzendt en daardoor toch een ernstig loopje neemt met de journalistieke deontologie en haar eigen geloofwaardigheid op het spel zet.

 

Erik De Winter bespreekt het boeiende essay van de Nederlandse professor in Communicatie dr. Betteke van Ruler, die vindt dat de ‘gewone’ journalisten best een voorbeeld kunnen aan de bedrijfsjournalisten, waar ze meestal nogal erg op neerkijken.

 

Dat zijn zowat de hoofdpunten. Natuurlijk staan er nog de kleine stukjes, de randkortjes, het nieuws in telegramstijl en de schitterende column van Rudy Franssens.

 

Als er technisch niets fout loopt, dan ligt het magazine er woensdag, gewassen en gestreken.

 

AN AchterhetNieuws lezen, en ‘nieuws’ zal nooit meer hetzelfde zijn!

 

http://www.achterhetnieuws.be




17:47 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-08-05

Operette

Tot het doek valt
 
Vanavond, precies op het ogenblik dat ik dit schrijf, is het 175 jaar geleden dat in de Brusselse Muntschouwburg zowat de laatste aria van het muzikale toneelspel De Stomme van Port'Ici werd gezongen.

Volgens de geschiedenis, maar het zal wel eerder volgens de mythe zijn, waren de toeschouwers zodanig opgejut door de vrijheidsgedachte van het verhaal dat er na afloop rellen ontstonden tegen de Nederlandse vorst en België zijn eigen onafhankelijkheid uitriep.

Een kunstmatige staat, bestaande uit graafschappen, hertogdommen, heerlijkheden, prins(bis)dommen,... die als een lapjeskat een grootst gemene deler moest zien te vinden.
 
Die grootst gemene deler was snel gevonden: de dominantie van de Franssprekende topklasse die alles wat niet tot hun eigen, beschermd goed behoorde, als feodaal wingewest zag.

Tijden kunnen veranderen. Of toch niet?

Verbaast het dat een natie, die ontstond na de opvoering van een vaudeville, een operettestaat is geworden?

Tot het doek uiteindelijk valt...

21:32 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |