12-02-06

Solidariteit

Solidariteit

 

Zowat 7 miljoen Belgen hebben ergens in een schuif een polis van een hospitalisatieverzekering liggen. Gelukkig zijn degenen, die zich dat niet herinneren en er nooit gebruik van hebben gemaakt. Voor anderen kon die polis het verschil maken tussen leven en dood. Maar de verzekeringsmaatschappijen zien het niet meer zitten. De premie moet drastisch omhoog, in sommige gevallen gewoon verdubbelen.

 

De woordvoerder van de sector wil dat woord niet gebruiken en noemt het een ‘inhaalbeweging’. Voor wie tweemaal zoveel moet betalen, maakt het niets uit hoe een afgeborstelde mimespeler dat noemt.

 

Het overgrote deel van die 7 miljoen Belgen zal er echter niet van wakker liggen. Een hospitalisatieverzekering is immers in veel gevallen een ‘incentive’. Dat is een snoepje, dat de werkgever uitdeelt om de motivatie hoog te houden. Zo genieten de 23.000 ambtenaren van de Vlaamse Gemeenschap al  5 jaar van een gratis hospitalisatieverzekering, eerst bij AXA-Royale Belge, sinds vorig jaar bij Fortis AG. Al het onderwijzend personeel kon jaren geleden al tegen uiterst voordelige voorwaarden een dergelijke verzekering voor hun heel gezin afsluiten bij het toemalige OMOB (thans Ethias). Heel wat bedrijven geven deze verzekering, al dan niet tegen een kleine persoonlijke tussenkomst, eveneens aan hun personeel. Bij autobusbouwer Van Hool is de polis zelfs ondertekend door de vakbonden om ‘het collectieve karakter’ te bevestigen.

 

Er zijn geen cijfers bekend over hoeveel mensen zelfstandig en aan het volle tarief een hospitalisatieverzekering hebben afgesloten, maar hun aantal staat niet in verhouding tot die 7 miljoen. Een verhoging van de premie zal de consument dus nauwelijks voelen en voor bedrijven zijn de premies fiskaal verrekenbaar.

 

Het nieuws van de verhoging legt wel enkele andere pijnpunten bloot.

 

Verzekeringsmaatschappijen zijn geen sociale instellingen, maar commerciële ondernemingen. Zij willen niet alleen voldoende premies innen om hun kosten te dekken en om provisies aan te leggen die, bij calamiteiten, onder rechthebbende klanten moeten verdeeld worden. Zij moeten ook winst maken voor hun aandeelhouders.

 

Op zich is daar niets verkeerds aan, maar het spel moet wel eerlijk gespeeld worden. Dat doen de verzekeringsmaatschappijen dus niet. Tegen elke internationale, economische wetgeving in, vormen zij de enige sector die eenzijdig contracten wijzigt zonder inspraak van de klant. Zij kunnen klanten weigeren op basis van parameters die in elke andere sector een proces wegens discriminatie zouden opleveren. Zij stellen verkoopvoorwaarden die niet onderhandelbaar zijn, zonder dat de klant aankoopvoorwaarden kan doen gelden. Zij kunnen laten betalen voor dingen die zich haast nooit voordoen, en met uitsluiting van de dingen waarvoor mensen zich uiteindelijk wensen te verzekeren.

 

Zij voelen zich ongenaakbaar omdat ze het spel zo grof spelen. In de Raad van Bestuur vinden we namen van zeer belangrijke personen die op allerlei maatschappelijke terreinen een grote invloed hebben, of de maatschappijen beloven een goedbetaald zitje aan een huidige politicus voor het moment waarop zijn electorale mayonaise niet meer pakt.

 

Verzekeringsmaatschappijen beschikken over gespecialiseerde studiediensten die exact berekenen wat het maximum risico is. Stel dat alle winkels in Wijnegem Shopping Center bij dezelfde maatschapij zouden verzekerd zijn en er breekt brand uit, dan zou dat ook voor de maatschappij een ramp zijn. Daarom zal zij liever evenveel winkels als klant hebben, maar dan verspreid over het hele land. Je hebt het misschien zelf al ondervonden: je kan beter aangereden worden door een auto die bij een andere maatschappij dan de jouwe verzekerd is. De afhandeling van het dossier gebeurt dan een stuk vlotter.

 

Verzekeringsmaatschappijen zullen ook vechten tot de laatste eurocent. Zolang er ook maar enige twijfel bestaat over de schuld van hun cliënt, moet de andere partij wachten.

 

Als ze voorzien dat een rechtzaak te lang duurt en te veel zal kosten, dan doen ze een minnelijke schikking. Dit is dus een voorstel van een lager bedrag dan hetgene waarop de begunstigde normaal zou kunnen rechthebben. Om die minnelijke schikking te forceren, wordt enerzijds beloofd dat de uitbetaling snel kan volgen, en anderzijds gedreigd dat een rechtszaak aan de particulier heel veel zou kunnen kosten terwijl de maatschappij toch over een batterij eigen juristen beschikt...

 

Verzekeringsmaatschappijen gebruiken graag het woord ‘solidariteit’. Het hele verzekeringswezen is volgens hen daarop gebaseerd: iedereen betaalt een kleine bijdrage en wie het ooit echt nodig heeft, kan uit de grote pot putten. Het systeem dateert al uit de tijd van de middeleeuwse gilden en ambachtskamers. Verzekeringsmaatschappijen hebben daarom een zeer grote verantwoordelijkheid. Zij moeten zorgen dat de pot groot genoeg is en hun werkingskosten niet te zwaar. Bovendien moeten ze ervoor zorgen, dat ze zelf verzekerd zijn voor het geval bij hen iets mocht misgaan. Dat laatste bestaat nog niet zo lang. Een goeie 30 jaar geleden stonden plots heel wat gezinnen in de kou en in de armoede, na het Belfort-schandaal.

 

Maar het begrip ‘solidariteit’ is een lachertje. Verzekeringsmaatschappijen hanteren andere tarieven voor 18-jarige dan voor 40-jarige chauffeurs, voor autobestuurders die in Brussel-stad dan in Putte-Grasheide wonen. Ze berekenen haarscherp in welke streek de kans op een carjacking groter is en als je daar woont, dok je gewoon meer af. Solidariteit?

 

Als de studiediensten morgen opvallende risicoverschillen vaststellen tussen mannen en vrouwen, autochtonen en allochtonen, holebi's en hetero's,... dan is het zeer de vraag of ook hier geen aparte tarieven zullen aangerekend worden.

 

Het probleem van de verzekeringssector in ons land, is echter een vicieuze cirkel. De maatschappijen dekken zich zodanig in, dat een verzekering bijna overbodig wordt. Maar ook de klant probeert steevast het onderste uit de kan uit te halen en de maatschappij te tillen waar het kan. Een gebroken ruit die niet gebroken was, een blikseminslag in een tv-toestel dat toch al versleten was, een lichtjes verhoogde factuur,... Niemand van ons is zonder zonde.

 

Alleen voor de hospitalisatieverzekering geldt dat niet, want niemand laat zich in een ziekenhuis opnemen als dat niet nodig is. Toch lijdt deze tak van het verzekeringswezen verlies en moeten de premies verhoogd worden.

 

De reden is gekend. De hospitalisatieverzekering vergoedt in principe het verschil tussen het totale bedrag en de tussenkomst van de ziekteverzekering, de ‘opleg’ of het remgeld dus. Nu bestaat er in ons land het verwerpelijke systeem dat dokters zonder aanwijsbare reden hun honorarium zomaar mogen verhogen, wanneer een patiënt voor een eenpersoonskamer kiest. In sommige ziekenhuizen kan dat het dubbele tot het vijfvoudige bedragen, hoewel de zorgen identiek blijven en alleen het hotel-facet van het ziekenhuis meer zou mogen kosten.

Ziekenhuizen willen bijgevolg van voor de opname al weten of een patiënt zelf betaalt, of dat er een hospitalisatieverzekering tussenkomt. In dat laatste geval stijgen de facturen en wordt de maatschappij gemolken. De patiënt merkt daar niets van.

 

Tot op het ogenblik, dat zijn premie verhoogt...

20:51 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

Commentaren

Wachten!! Luc, we zitten te wachten op een nieuwe post, he. Groeten uit Bangkok.

Gepost door: Otto | 17-02-06

En dat is nog niet alles .... Wat gebeurt er met het extra geld dat een "specialist" vraagt als je bij hem op visite gaat en dan bedoel ik niet om een kopje koffie te gaan drinken. Je betaalt 35 Euro of meer, op je recuutje schrijven ze ipv. het bedrag gewoon ja en dat betekent dan dat je eigenlijk maar het afgesproken bedrag betaald (23 euro) hebt, overeenkomstig met wat afgesproken is met de overheid en de mutualiteit. Hierop krijg je dan een deel terugbetaald, maar van die extra 12 Euro weet niemand iets van. Betekent dit nu dat dit een extra bijverdienste is voor de "specialist" zonder dit te moeten aangeven? Weet ik niet wat ik wel weet is dat de persoon die dit mag inbrengen in zijn hospitalisatieverzekering in het ootje wordt genomen, want hij verliest de inbreng van die 12 euro.
De specialist is blijkbaar niet alleen gespecialiseerd op medisch vlak maar ook nog eens op fiscaliteit of gebreek aan ....

Gepost door: DDL013 | 17-02-06

Nog maar een begin! Niet alles? Dat is nog maar een begin! Wat te denken van patiënten die na een week opname op 't weekend naar huis mogen en 's maandags terug opgenomen worden? Op papier worden ze dan door een andere specialist opgevolgd. De patiënt merkt daar allemaal niets van maar de tussenkomst van 't RIZIV wordt dan bepaalt alsof het een nieuwe opname was. En zo pluimen de ziekenhuizen het RIZIV, de patiënten, de belastingbetalers!

Gepost door: Gepluimd vee | 18-02-06

De commentaren zijn gesloten.