08-02-06

De prijs van een Olympische medaille

De prijs van een Olympische medaille

 

De atleten, die meedoen aan de komende Olympische Spelen in Peking, kunnen best hun mobiele telefoons en laptop thuis laten. Het Internationaal Olympisch Comité verbiedt namelijk dat ze foto’s of sms-berichten versturen tijdens de Spelen. Ze mogen evenmin een dagboek van hun prestaties bijhouden op een weblog, die via het internet wereldwijd verspreid wordt en door iedereen kan geraadpleegd worden. Een ansichtkaart sturen, mag nog net wel. Die is toch enkele weken onderweg en tegen die tijd zijn de Spelen afgelopen.

 

Het is een simpel bericht, dat in de media nauwelijks aandacht kreeg, maar dat een hele strategie verbergt.

 

Bekijken we eerst eens de reden waarom dit reglement wordt opgelegd.

 

Om Olympische Spelen te organiseren zijn gigantische kapitalen nodig. Slechts een te verwaarlozen gedeelte van dat geld komt van sportliefhebbers en supporters die een toegangsticket kopen.

 

Een veel groter deel geeft de overheid van het land en de stad waar de Spelen plaats hebben, omdat die streek er ook heel wat voordeel kan uithalen. Waar de Spelen neerstrijken, ontstaan gedurende enkele jaren honderden nieuwe arbeidsplaatsen. Een hele tijd worden tienduizenden, belangrijke mensen uit de hele wereld naar die ene plaats aangezogen en dat betekent niet te verwaarlozen extra inkomsten voor de horeca en de aanleunende economische sectoren. Ook het begrip ‘city marketing’ is van enorm belang. Over enkele maanden zal de hele wereld spreken over Peking. Buiten de sportieve informatie zullen ook andere facetten van de streek belicht worden. Facetten, die zowel toeristen als investeerders kunnen aantrekken.

 

Een land of stad dat de Spelen op haar grondgebied krijgt (koopt, natuurlijk!), blijft kort daarna meestal met een zware financiële kater zitten, maar dat is kortetermijndenken. Op lange termijn is het een zeer goede en bijzonder rendabele zaak.

 

Geld komt ook van sponsors. Een multinationaal bedrijf, dat voor heel hoge budgetten de Spelen kan sponsoren, krijgt daar een onontkoombare, wereldwijde naamsbekendheid voor in ruil.

 

Maar er is meer. De ‘Olympische Spelen’ worden ingericht door het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Dat is beslist geen sportorganisator, maar een koelbloedige multinational met de Spelen als merkproduct.

 

Het IOC is een geldmachine die uit alle ruiven eet. Zelfs de pers moet betalen. Om te mogen berichten over de wedstrijden, er te mogen foto’s of filmbeelden van te maken, atleten te interviewen, enz… is een accreditering vereist. Dat is logisch. Anders geeft elke schooljongen, die in het gefotokopieerde blaadje van de schoolclub iets over volleybal schrijft, zich uit voor journalist. Maar zo’n accreditering krijg je niet zo maar op vertoon van een perskaart of een verklaring van de hoofdredacteur/uitgever.

 

Het IOC verkóópt namelijk het recht om aan verslaggeving van de Spelen te mogen doen aan de uitgevers of de zenders die er het meest voor bieden. Zij genieten dan ook exclusiviteit.

 

Om die exclusiviteit de vrijwaren (en de vraagprijs tot een onverantwoorde hoogte te kunnen opdrijven) mogen de atleten niet bloggen. Zij bevinden zich immers in een bevoorrechte positie om stiekem foto’s te maken of bij voorbeeld andere atleten te interviewen, en dan deze informatie door te spelen aan media die daarvoor niet aan het IOC betalen.

 

Om de macht van het IOC aan te tonen: de Australian Broadcasting Company sluit tot het einde van de Spelen alle internet radiostreams af, zodat niemand deze weg nog kan gebruiken. Niet alleen het nieuws wordt afgeschermd, ook de nieuwsdragers worden tijdelijk uitgeschakeld!

 

Het monopoliseren van nieuws is een verwerpelijk systeem, dat ook in de Europese, zelfs Belgische, voetbalwereld bestaat. Het is een arrogant met de voeten treden van het recht op vrije nieuwsgaring.

 

Maar ook de media gaan niet vrijuit. Het is nogal hypocriet om luidkeels te verkondigen dat journalisten of zenders ‘nooit betalen voor nieuws’ en ‘zeker niet betalen voor een interview’, terwijl ze voor het IOC plat op de buik gaan.

 

Door de jaren heen is er tussen de sportorganisaties en de sportpers een incestueuze verhouding gegroeid. Ze hebben elkaar nodig, maar het is niet meer duidelijk wie van beide de andere het meest nodig heeft.

 

Hoe vaker de clubs in het nieuws en vooral in beeld komen, hoe bekender ze worden en hoe interessanter ze worden voor hun sponsors. En dat is kassa-kassa. Hoe meer sportinformatie de media brengen, hoe hoger hun aantal lezers en kijkers. Dat is ook kassa-kassa.

 

Als sportorganisatoren ook nog sportief zouden denken en niet alleen commercieel, zouden ze de pers niet nodig hebben. Er bestaan tientallen kleinere sporttakken die nooit in de krant komen en waarmee honderden mensen zich op een gezonde, en eerlijk competitieve, manier ontspannen. Op dat ogenblik zouden de media een probleem hebben.

 

Maar als de media eenparig zouden besluiten om bij voorbeeld de Olympische Spelen even over te slaan en dood te zwijgen, dan zakte het hautaine kaartenhuisje dat Pierre De Coubertin in 1892 begon te bouwen, ongenadig in elkaar.

 

De huidige verhouding tussen het IOC en de media is bijzonder ongezond en misgroeid. De media dénken dat ze hun publiek aan zich binden door veel te veel te betalen voor een exclusiviteitscontract (waarvan ik betwijfel of het de Europese wetgeving kan doorstaan), maar in werkelijkheid maken ze hun publiek tot speelbal van het IOC dat geen enkele informatie-ethiek volgt en alleen wil incasseren. Bovendien ondergraven ze de markt waarin ze zelf actief zijn.

 

Media zouden tegen sportorganisatoren maar eens moeten durven zeggen, dat ze niet meer geïnteresseerd zijn in berichtgeving over iets wat geen sportieve, maar alleen nog een heimelijke economische waarde heeft.

 

Langs de andere kant erkent het IOC wel dat weblogs ook een vorm van (duidelijk te vrezen) journalistiek zijn. De wetgever en veel journalistenorganisaties zijn nog lang zo ver niet.

 

 

12:09 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Olympische Spelen Eindelijk 1 journalist die het aandurft de mest achter de coulissen van de grote sportgebeurtenissen eens aan te roeren. Wanneer volgt de grote pers?

Gepost door: daniel | 08-02-06

De commentaren zijn gesloten.