16-12-05

Het geweten van de journalist

Het geweten van de journalist

 

Wat is de opdracht van een goede journalist, vroeg ik me af in onze minipoll. Je kon maar kiezen tussen twee mogelijkheden.

 

Ofwel moet een journalist, zo volledig mogelijk, nieuws verzamelen, dat nieuws controleren op juistheid en het zo snel mogelijk begrijpelijk meedelen, ‘rapporteren’ dus. Hij hoeft het niet eens te zijn met dat nieuws, hij moet het alleen brengen. Een journalist is dan louter een doorgeefluik. Hij voelt zich niet verantwoordelijk voor het nieuws dat hij verslaat, en ook niet voor de eventuele gevolgen als dat nieuws bij het grote publiek bekend wordt.

 

85% van de deelnemers aan de poll opteerde voor deze houding. Zij verwachten van de media dat ze erdoor geïnformeerd worden: snel, volledig, correct;... zodat ze zelf een mening kunnen vormen.

 

De andere keuzemogelijkheid was, dat een journalist een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft en desnoods bepaalde info achterhoudt als dat strategisch beter uitkomt.

 

Enkele weken lang was er slechts 1, vervolgens nog 1, deelnemer die hiervoor koos. Uiteindelijk sloten we de poll af met 15% voor deze optie.

 

*

Natuurlijk gebeurt er in de winter meer dan vriezen of dooien. Natuurlijk kan je in ’t leven haast nooit kiezen tussen slechts twee mogelijkheden. Natuurlijk ligt de waarheid meestal in het midden.

 

Nemen we nu de eerste optie. Dat zou betekenen, dat een journalist eigenlijk een emotieloze robot is, helemaal doordrongen van zijn taak. Als hij mogelijke maatschappelijke gevolgen van zijn berichtgeving niet mag inschatten, is het zeer de vraag of hij de nieuwsfeiten wel in een juist perspectief kan zien, of hij een correcte selectie van het overgrote neiuwsaanbod kan maken, of hij de feiten juist kan duiden.

 

Nochtans mag hij, volgens mijn mening, geen andere agenda dienen dan die van nieuwsverstrekker. Hij kan (en moet) wel in zekere zin rekening houden met eventuele gevolgen die erger kunnen zijn dan het feit dat zijn publiek bepaalde feiten niet weet, maar het mag nooit zijn eerste motief zijn. Hij is in de eerste plaats journalist, geen politicus.

 

Een voorbeeld: een journalist verneemt dat een bedrijf in zeer grote moeilijkheden verkeert en over geen betaalmiddelen meer beschikt na de faling van de grootste klant waarin dat bedrijf heel wat had geïnvesteerd door machines aan te kopen, extra personeel aan te werven en een voorraad grondstoffen aan te leggen.

 

Brengt de journalist dat verhaal uit, dan is het bijna zeker dat de leveranciers weigeren nog te leveren en dat de banken meteen de kredietlijnen afsluiten. Gevolg: het bedrijf gaat ongetwijfeld zelf ook in faling. Brengt hij het verhaal niet, dan is het mogelijk dat de putten bij leveranciers en banken vergroten, dat er misschien een waterval aan falingen bij andere bedrijven ontstaat en dat het personeel verrast wordt, zonder dat het de kans kreeg al elders te solliciteren.

 

Moet een journalist daarmee rekening houden? Neen, een journalist moet zich alleen afvragen of het grote publiek geïnteresseerd is aan het feit dat het bedrijf een grote klant verloor. Tegenover banken en leveranciers heeft hij geen verantwoordelijkheid. Die hebben kanalen genoeg om zich te vergewissen van de solvabiliteit van hun klanten.

Ander voorbeeld: een politicus werkt niet voor het algemeen belang, maar neemt onafgebroken kleine maatregelen die slechts enkele mensen of enkele straten tevreden stellen. Daardoor denkt hij zich populairder en gemakkelijker verkiesbaar te maken. De mensen zijn tevreden, want een paar boompjes en een zitbank op het plein springen meer in ’t oog dan levensnoodzakelijke riolering die onder de grond verstopt ligt.

 

Moet een journalist deze acties in het zonnetje zetten, zodat hij de verkiezingsbelangen van de politicus dient, of moet hij er bewust over zwijgen omdat hij de bijbedoeling niet wil ondersteunen? Geen van beide. Als een maatregel nieuws is dat de mensen aanspreekt, dan is het nieuws. Gaat hij aan de mensen voorbij, is het geen nieuws. De achterliggende bedoeling speelt noch in de ene noch in de andere richting mee voor een journalist.

 

Zo zegt Peter Vandermeersch, hoofdredacteur de De Standaard: “Als het Vlaams Belang nieuws maakt, dan zullen we het brengen. Doen ze aan ‘luidop denken’, dan brengen we het niet.” Dat is een correcte houding. Zoals ze voor alle partijen zou moeten gelden.

 

Zijn collega Yves Desmet, hoofdredacteur van De Morgen, zegt daarentegen: “Wij berichten alleen over het Vlaams Belang op voorwaarde dat we het kunnen pijn doen. Anders zwijgen we het dood.” Dat is politieke strategie, geen journalistiek.

 

De eerste beschermt zijn lezers tegen humbug, de tweede gijzelt zijn lezers en onthoudt informatie volgens zijn eigen voorkeur.

 

Eerlijk, het enige antwoord op de pollvraag is: elke journalist moet zich dag en nacht bewust zijn van zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid en zich bij elke letter afvragen of ze belangrijk genoeg is voor zijn publiek. Het neerzetten van die letter doet hij dan – letter per letter – in eer en geweten, een carrière lang.

 

Toen ik bijna 35 jaar geleden begon in dit vak had ik een slogan in een groot lettertype op mijn, nog mechanische, schrijfmachine geplakt: ‘A reporter hurting a man by writing, hurts him 100.000 times’.

 

Het heeft me al die tijd geholpen om de bal en niet de man te spelen. Al is geen menselijke tekortkoming me vreemd.


20:35 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Het geweten van de journalist Het laatste woord over de gerechtvaardigde of de vrije uiting van journalisten is nog niet gesproken. Doch één feit moet wel onder ogen gezien worden: de pers is een gestructureerd, soms zelfs een gesubsidiëerd item, dat als zodanig de mogelijkheid heeft een boodschap over een zeer groot aantal mensen te verdelen. Een boodschap die soms bijzonder tendentieus kan zijn. Bevolkingsgroepen die door die boodschap (soms ten onrechte) getroffen worden, hebben niet altijd de (financiële) mogelijkheid om zich te weren tegen de verspreide boodschap, hetgeen dikwijls leidt tot eenzijdige (gemanipuleerde) opiniemakerij (om nog maar te zwijgen over "cordons" e.d.). De deontologische code van de journalisten zou een automatische rem moeten zijn op het doorgeven van informatie, doch wat is deze code tegenwoordig nog waard in een samenleving waar waarden als "politiek correct" denken ingang gekregen hebben? Waar voor sommige redenen zelfcensuur ingevoerd wordt, ja, waar zelfs journalisten er niet voor terugdeinzen zelf feiten uit te vinden of woorden van woordvoerders zodanig te verdraaien dat zij uitdrukking worden van hun eigen vooringenomenheid!

Vrijheid van meningsuiting? Ja, volledig akkoord dat er geen limieten mogen gesteld worden. Maar dan moet de lijn volledig gevolgd worden: wanneer een journalist zijn mening kan verkondigen in een item dat een groot publiek bereikt, moet dit item zich de deontologische code opleggen van eventuele tegenmeningen aan bod te laten komen. Tegenwoordig bestaat er zoiets als een recht van antwoord, maar in de meeste gevallen moet men eerst naar een rechtbank stappen om zijn rechten te kunnen uitoefenen. Velen weten de juiste weg niet en veel media maken hiervan misbruik.

Journalisten zijn zeker ook mensen en hebben dus zeker het recht om informatie op hun eigen manier door te geven. Doch feiten zijn feiten en deze feiten omvormen tot eigenzinnige en vooringenomen verhalen getuigt van weinig journalistiek.

Gepost door: daniel | 18-12-05

De commentaren zijn gesloten.