31-10-05

Zolang je maar bedoelt wat ik begrijp

Zolang je maar bedoelt wat ik begrijp

 

Eén derde van onze jongeren kan niet zonder fouten schrijven.

 

Het was vorige week in het nieuws en De 7de Dag wijdde er gisteren een gedachtenwisseling aan. Uit dat gesprek bleek duidelijk dat de uitspraak een korreltje zout nodig heeft. Net zoals overigens alle andere oneliners die de media ons toeroepen.

 

Om te beginnen ging het over jongeren in het eerste jaar op de universiteit. Die zijn dus minstens 19 jaar oud. Ik ben ervan overtuigd dat van de jongeren onder de 7 jaar, 100% niet zonder fouten kan schrijven omdat ze doodgewoon in ’t geheel niet kunnen schrijven…

 

Daarna bleek dat een vijfde van die groep niet was opgegroeid met het Nederlands als eerste taal of als moedertaal. Dat scheelt een slok op de borrel.

 

Tot slot maakte de onderzoekster bekend dat 6/10 de minimumnorm was en dat, naast de spelling, ook nog heel wat andere parameters gehanteerd werden. Kortom, de lat lag redelijk hoog.

 

De voornaamste boodschap die we hieruit kunnen leren, is dat een samengevatte conclusie die uit de losse pols en zonder enige duiding in de pers verschijnt, altijd moet gerelativeerd worden. En vooral: dat we ze niet klakkeloos mogen overnemen.

 

*

Eén derde van onze jongeren kan niet zonder fouten schrijven.

 

Volgens een leraar Nederlands in De 7de Dag hangt de hoeveelheid taalfouten af van… de bestemmeling. Jonge mensen die naar elkaar schrijven, mailen, smsen… zijn slordiger in hun taalgebruik dan wanneer ze iets officieels op papier zetten. Over ’t algemeen kennen die jongeren de regeltjes wel, maar ze zijn er niet meer zo diep ingehamerd en de concentratie tijdens het schrijven gaat ook meer naar de inhoud dan naar de vorm.

 

De vergelijking Eddy Merckx enerzijds en Tom Boonen anderzijds, ging niet echt op. Jonge mensen zijn vandaag inderdaad mondiger en praten vlotter dan vroeger. Maar mondigheid is iets anders dan taalvaardig zijn. Het heeft meer met lef dan met kennis te maken.

 

Het is niet helemaal onterecht dat in andere vakken dan taal, zoals geschiedenis of biologie, geen taalfouten mogen aangerekend worden omdat ze anders de specifieke kennis van dat bewuste vak zouden vertekenen. Maar waarom op die vakken geen aparte punten geven en ze in het totale pakket van Nederlands verrekenen?

 

Taal is geen vak zoals scheikunde. Taal is cultuur en bijgevolg vakoverschrijdend.

 

Bijna een halve eeuw geleden stond ook het vak ‘Wellevendheid’ op het programma. We leerden daarin een tafel dekken, met mes en vork eten, een hand geven, een meerdere begroeten, ons voorstellen. We leerden onze plaats afstaan op de tram en hoe we op het voetpad iemand moesten kruisen. Dat werd ook niet alleen getest met een ‘ondervraging’. Zelfs tijdens de vakantie liepen anonieme leraars door de stad en hielden de leerlingen stiekem in ’t oog. Als we langs de huizenkant bleven lopen zodat de leraar met een voet op de rijweg moest om ons te passeren, konden we ‘t in september komen uitleggen.

 

Ik ben er die leerkrachten nog dankbaar voor dat ze toen zo hatelijk deden.

 

*

Eén derde van onze jongeren kan niet zonder fouten schrijven.

 

Kunnen volwassenen zonder fouten schrijven? Kan ik het? Ik weet zeker van niet. Het Nederlands is zo’n aartsmoeilijke taal, waarvan mettertijd de regels zo onlogisch werden opgesteld, dat niemand ze nog foutloos kan schrijven.

 

Dat is niet altijd erg. Het vermijden van gallicismen, germanismen, anglicanismen… zijn voor een schrijver een punt van eer, maar niet essentieel. Hoe vaak vervangen we geen bepaald -isme (bij middel van = anglicanisme, by means of) door een ander (door middel van = germanisme, durchmittels)?  Wat is de taalwinst?

 

Trouwens, zijn het Duits, het Nederlands en het Engels niet alledrie uit dezelfde taalstam ontstaan? Was onze gemeenschappelijk taal niet het Saksisch (met Hoog-Saksisch, Niedersaksisch en… Angel-Saksisch)? Het is geen toeval dat de kerstening van onze gewesten in de 7de eeuw voltrokken werd door missionarissen die uit Zuid-West Engeland kwamen, omdat ze ongeveer dezelfde taal spraken. De oorspronkelijke naam van Canterbury was zelfs Kantelberg!

 

Maar hoeveel regels zijn er later niet ontstaan omdat een of andere (meestal boven-Moerdijkse) pipo zich wilde interessant maken en blindelings gevolgd werd door taalfundamentalisten?

 

Nemen we nu de werkwoordelijke eindvorm. Waarom moeten alle werkwoorden bij elkaar staan, terwijl het soms naar inhoud veel logischer anders zou zijn? ”De wekker loopt af opdat we wakker kunnen worden” is taalkundig correct maar slaat op niets. Het is niet de bedoeling dat we ‘kunnen worden’, maar dat we ‘wakker worden’. Het zou dus veel beter zijn “…kunnen wakker worden”.

 

En waarom zouden woorden zoals ‘vermits’ plots verouderd zijn en ‘aangezien’ eigentijds?

 

Wat is het probleem met een ‘tangconstructie’ en met tussenzinnen? Ze dwingen de lezer om zich te concentreren en aandacht te geven aan de tekst. Maar misschien is juist dat hetgene waaraan de meesten willen ontsnappen?

 

Onze taalpausen zijn zelf te vaak bij de duivel te biechten geweest.

 

*

Eén derde van onze jongeren kan niet zonder fouten schrijven.

 

HR-Managers weten het beter dan wie ook. De meeste sollicitatiebrieven staan vol fouten. Een derde is nog een optimistisch aantal als je ’t op grote schaal zou bekijken.

 

De dt-regel en andere elementaire dingen zou iedereen van 18 moeten kennen, kunnen en toepassen. Dat dit niet zo is, zegt meer over de kwaliteit van ons lager en middelbaar onderwijs dan over de intelligentie van die jongeren.

 

Dat is geen verwijt aan de leerkrachten voor de klas. Dat is een verwijt aan hooggeleerde pedagogen die zich in Brussel een levensdoel trachten te creëren door o.m. te verklaren dat het aanleren van spraakkunst ofte grammatica verloren tijd is.

 

Net zoals het Latijn, het Duits en het Russisch, is de Nederlandse spraakkunst ook gebaseerd op naamvallen en verbuigingen. Er zijn er vier: de nominatief, de genitief, de datief en de accusatief. Niemand kent ze nog, niemand kent nog de uitzonderingen en de eigenheden. Bijvoorbeeld, dat je na ‘allerlei’ of ‘genoeg’ of ‘iets’ een partitieve genitief gebruikt.

 

Als je de grammaticale basis uit de lessen Nederlands weglaat, hoe weet je dan dat de juiste uitdrukking ‘te allen tijde’ is en niet anders?

 

Als je geen spraakkunstoefening meer krijgt, schrijf je dan ‘De bezoekers wordt verzocht geen fototoestel mee in de zaal te nemen’ of ‘De bezoekers worden verzocht…’? Hoe weet je dan dat het enkelvoudige onderwerp in deze zin verzwegen is en ‘de bezoekers’ geen onderwerp maar een datief is? Hoe weet je dan dat de zin eigenlijk zou moeten zijn ‘Er wordt aan de bezoekers verzocht etc…’?

 

Als je geen spraakkunst meer kent, hoe kan je dan ondubbelzinnig communiceren of juist begrijpen wat iemand bedoelt?

 

’t Is niet omdat we beter gebekt zijn, dat we juister zingen.


14:05 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

tsja Laatst las ik een boek van Pieter Aspe, te commercieel en absoluut geen schitterende lectuur...tussen twee werkwoorden hoort een komma, hoeveel keer dat die niet vergeten wordt.

Laatst kocht ik een boek in de Carrefour, uitgestald als "worldwide bestseller". Wel, die stond zo schandelijk vol fouten dat ik gedacht heb om het naar de uitgeverij terug te sturen en mijn geld terug te eisen.

Ik schrijf ook wel fouten, maar ik vind toch dat een uitgeverij, voor ze een boek op de markt brengt, een teksteditor mag gebruiken.

Groetjes
Kitty

Gepost door: kitty | 08-11-05

De commentaren zijn gesloten.