18-10-05

De deftige dieven

De deftige dieven

 

Voor wie een snelle cent wilde bijverdienen, was 1987 een gezegend jaar. Het volstond om naar een verzekeringsmaatschappij te schrijven en te zeggen dat je goed ingebed was in het verenigingsleven, dat je veel vrienden had of een grote familie, en je werd op slag tot ‘producent’ gebombardeerd. Eigenlijk produceerde je niets. Je moest alleen maar verzekeringen verkopen. Dat deed natuurlijk elke onderwijzer ook al, maar nu kwam er iets nieuws bij: het pensioensparen!

 

Om dit verkocht te krijgen, moest je niet veel weten. Je moest alleen je vrienden kunnen overtuigen dat ze aan later moesten denken, dat over 10 jaar de pensioenkas zou leeg zijn en iedereen op z’n kin zou kloppen, en dat er nu een toverformule bestond waarbij je 20.000 frank per jaar van je belastingen kon aftrekken en later maar 16,5 % op de intrest betalen.

 

Dat klonk natuurlijk ongelooflijk goed. Vooral dat ‘van de belastingen aftrekken’. Iedereen dacht dat je zoveel belastingen minder zou moeten betalen. In werkelijkheid mocht je slechts je belastbaar inkomen met dat bedrag verminderen en dit betekende in de meeste gevallen dat je toch nog altijd 70 % van het bedrag zelf moest bijdragen. Maar goed, op termijn deed je er een zaakje aan. Tenzij je natuurlijk de inflatie mee verrekende.

 

Wie in pensioensparen stapte, verloor hoe dan ook. Je kon beter geld gaan lenen bij de bank en dat beleggen in vastgoed. Dan inde je maandelijks genoeg huurgeld om je lening terug te betalen en na 20 jaar kon je het huis verkopen en was de verkoopprijs pure winst. Stel eens dat je dat zou gedaan hebben. Dan had je volgend jaar een huis, dat je niets gekost heeft, en dat je met een zeer grote meerwaarde kon verkopen, helemaal belastingvrij!

 

De enigen die goed verdienden aan pensioensparen waren de maatschappij en de ‘producent’. In die tijd kreeg een verkoper zomaar eventjes 15.000 frank commissie voor elke nieuwe klant die hij aanbracht. Een gigantisch bedrag voor een babbel-onder-vrienden!

 

Ik had in die periode een interview met Marc Eyskens, die toen minister van Economische Zaken was, en stelde hem de vraag in hoever de pensioenspaarder erop kon rekenen dat de vrijstelling van roerende voorheffing en de eenmalige belasting van 16,5 % zou behouden blijven.

 

Hij antwoordde toen het volgende: “Wel, we leven in een democratie. De meerderheid heeft daar altijd gelijk, ook als ze ongelijk heeft. Als er een idiote meerderheid aan het bewind komt die deze wet wijzigt met een democratische meerderheid in het parlement, dan is het zo. Ik zou dat volkomen idioot vinden en bijzonder spijtig, maar de meerderheid kan zich ook veroorloven dwaasheden te begaan. Derhalve moet de burger ervoor zorgen dat een wijze meerderheid aan het bewind blijft. Het derdeleeftijdsparen wordt echter zo’n populair succes, dat zelfs andere partijen die daar vandaag niet achter staan, het niet zullen wagen die opnieuw af te bouwen, alleen al omdat er te veel mensen gebruik van zullen maken. Daar ben ik van overtuigd.”

 

De overtuiging van Marc Eyskens was overmoedig en naïef. Vandaag is er een democratische meerderheid in het parlement die zich niet alleen veroorlooft dwaasheden te begaan, maar zelfs elementaire spelregels met de voeten treedt.

 

Ze verandert eenzijdig afspraken en doet dat bovendien met terugwerkende kracht. Daardoor kan de andere partij de afspraak niet meer ongedaan maken. Geen enkele handelsrechter zou zo’n praktijken dulden.

  

Dit is niet ‘idioot’, maar onverschoonbaar ‘met voorbedachten rade’.


18:05 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.