30-08-05

Zelfs een hond sch... niet in z'n mand

Zelfs een hond sch… niet in z’n mand

 

1.

 

Als ik luister naar ‘Brussel’ van Jacques Brel, doet het me altijd wat. Ik weet ook dat deze buitenlandse stad al lang niet meer is zoals ze in dat lied weerklinkt en misschien zelfs nooit zo geweest is. Maar in gedachten zie ik dan toch de brede lanen, de bomen met hun lenteblaadjes, statige heren en kokette dames waarvan de stap iets trager is dan vlot. Dat komt omdat ze nergens naartoe gaan. Ze gààn gewoon. Nog liefst zouden ze ter plaatse trappelen, want voorbij het einde van de straat is er niets meer. Daar begint de stad zoals ze overal elders is. Zien en gezien worden.

 

Flaneren gebeurde meestal langs de lanen of door de winkelstraten. Mooie, propere straten met gespecialiseerde winkels. Niet met spullen voor dagelijks gebruik zoals de ‘koloniale waren’, geen bakkers of slagers, maar winkels met het resultaat van de ambachtsman zoals de kleermaker, de parasolmaker, de hoedenmaker, de handelaar in stijlmeubelen, in porseleinen serviezen, in prachtig ingebonden boeken, in antiek. Handelszaken, waar men van einde en verre naartoe kwam. Geen wonder, dat de bewoners van die stad met zichzelf liepen te pronken tegen de bezoekers uit de rand!

 

Elke stad had haar ‘chique’ straten. Antwerpen heeft zo nog steeds haar Meir en Wilde Zee. Ook de Carnotstraat was tot buiten de landsgrenzen beroemd voor ‘het betere merk’ en de naastliggende straten profiteerden daarvan mee.

 

2.

 

Ik parkeer mijn wagen aan de Stenen Brug, op de grens van Antwerpen en Borgerhout. Ik wandel voorbij Zaal Roma, ooit een monument en nu een kunstmatig in leven gehouden subsidievretend doekje-voor-het-bloeden dat cultureel geen fluit betekent.

 

Ik wil flaneren, de hele Carnotstraat door tot op het Astridplein. Ik wil dromen van weleer. Ik verbeeld me een zwarte wandelstok met zilveren knop in mijn linkerhand. Maar het lukt niet. Al de klasse zaken zijn verdwenen. Gesloten, failliet of verhuisd. In de plaats kwamen nachtwinkels, telefoonwinkels, internetcafés, pitabars.

 

Flaneren op het voetpad is er ook niet meer bij. Iedereen loopt waar het uitkomt. De tram moet wachten, want de bewoners eisen zich een voorrang op. Auto’s stoppen midden in de straat en de chauffeurs beginnen door het opengedraaide raampje hun familiegeschiedenis te roepen naar een wagen die aan de overkant van de straat in de andere richting ook de rest van het verkeer ophoudt.

 

Tussen de voetgangers scheuren mobilettes langs kinderkoetsen. In de portieken hangen wat jongelui te hangen. Zien en liefst niét gezien worden.

 

De mensen op straat zijn kleurrijk. Gelig, getaand, bruin, zwart. Ze doen me denken aan het grote tafereel dat vroeger in de lagere school tegen de klasmuur hing met een afbeelding van de verschillende rassen. Toen nog op verschillende plaatsen ter wereld. Vandaag in de Carnotstraat.

 

Op de grond ligt een kilometerlange brij van frieten met mayonaise, broodjes met ketchup, besmeurd papier, lege blikjes van frisdrank, gebruikte maandverbanden en rochels. Veel rochels. Iedereen spuwt er op elkaars schoenen.

 

De mensen in de Carnotstraat hebben blijkbaar geen grijpreflex. Alles wat ze niet nodig hebben, laten ze vallen waar ze staan. Zoals een hond die ook z’n poot opheft als hij de drang voelt. Maar geen enkele hond schijt in zijn eigen mand, dat is wel zeker!

 

Op het Astridplein haal ik diep adem en haast me naar de De Keyserlei. Naar Antwerpen.

 

3.

 

In de stad Aalst loopt al sinds 1 januari 2004 een project rond Zwerfvuil. De stad zorgde eerst dat er voldoende vuilnisbakjes aanwezig waren, stuurde een leger controleurs de straat op en aarzelde niet van fikse boetes uit te schrijven als iemand zomaar wat afval naast het bakje weggooide. Met de bevolking werd uitvoerig gecommuniceerd dat zwerfvuil altijd bewust ontstaat en veroorzaakt wordt door wie er het meest over klaagt.

 

Begin juli werd de actie afgesloten met een ludiek evenement op de zaterdagse markt. Zogenaamde Trash Busters (welk ongeïnspireerd, maar wellicht duur reclamebureau heeft zo’n belachelijke naam uitgevonden, die niemand in Aalst begrijpt?!) wandelden door de straten, hielpen de marktkramers bij het opruimen van hun afval en spraken ook de kooplustigen aan om hen een afvalvriendelijk gedrag bij te brengen.

 

In Aalst is nu iedereen ervan overtuigd dat een schone stad een aangename stad is. En dat begint bij 1 sigarettenpeuk of 1 papiertje van een karamel.

 

4.

 

Als belastingbetaler mogen we veel verwachten van de overheid, maar niet dat ze het zwerfvuil opruimt dat wij achteloos weggooien. Zwerfvuil is geen verantwoordelijkheid van de overheid, het is onze eigen verdomde schuld.  


14:58 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Gelijk Groot gelijk. Er is zo'n spreekwoord dat zegt: als iedereen voor zijn eigen deur veegt, is de hele straat proper. Dit kunnen we in dit geval letterlijk nemen. Eignelijk is het schandalig dat de mensen niet meer verantwoordelijkheid hebben.

Gepost door: Young Crazy Fool | 30-08-05

De commentaren zijn gesloten.