17-08-05

't Dondert in Keulen

Het dondert in Keulen

 

Gisteravond werd frère Roger, de prior van de oecumenische communiteit van Taizé door een Roemeense vrouw met messteken gedood. Roger Louis Schutz-Marsauche was een 90-jarige protestantse broeder, uit Zwitserland, die kort na de Tweede Wereldoorlog in de Franse Bourgognestreek een gemeenschap oprichtte voor bezinning, over de grenzen van alle godsdiensten heen.

In het begin van de jaren ’70 werd ik er als jong reporter naartoe gestuurd om het Jongerenconcilie te verslaan.

 

Het was de periode toen de eerste oliecrisis nog niet doorgedrongen was en de flower-powerbeweging nog vers in het geheugen lag. Wie wilde opvallen, trok met de rugzak naar Katmandoe, op zoek naar een spirituele openbaring. Wie datzelfde in soberheid wilde vinden, ging naar Taizé.

Het was er een bont allegaartje van over de hele wereld. Er werd gezongen, bezonnen, gedanst en ook gebeden. Er werd vooral veel gepraat, gediscussieerd, van gedachten gewisseld.

 

Het ‘Huis’ waar broeder Roger verbleef, was een geheime, goed afgesloten en streng bewaakte plaats. In het interview beperkte hij zich tot uit het hoofd geleerde boutades die als antwoord konden dienen op elke vraag. Ik kon niet achterhalen waar het geld vandaan kwam, wie hem de mogelijkheid had gegeven om deze goeroe-organisatie uit te bouwen noch wat de achterliggende bedoelingen (the hidden agenda) waren.

Erger, daarover mochten gewoon geen vragen gesteld worden, want dat was heidens en een belediging aan de eenvoudige broeder die zich totaal inzette voor de religieus geïnspireerde jeugd.

 

Dus dompelde ik me mee onder in de Bagwan-achtige sfeer. Ik herinner me nog vaag Jeroen, de zoon van een dokter uit Brugge die zijn vader een verwerpelijke kapitalist vond en daarom met zijn liefje Roos tot in Taizé was gelift om daar het ware geluk te vinden. De hele maatschappij was fout bezig en zou ten onder gaan, volgens hem. Eigendom was diefstal. Wie een auto bezat, behoorde tot het ‘klootjesvolk’. Nietwaar, Roos? Roos knikte instemmend en knoopte voort madeliefjes in h’r haarvlechten.

Toen ik hem voorzichtig vroeg wie hem een lift zou geven, als iedereen zo dacht en geen auto wilde, bekeek hij me met een blik vol verachting. Was ik misschien ook verkocht aan het ‘establishment’?

Vandaag zou hij me zeker een ‘rechtse zak’ noemen…

 

Wat zou er van hem en Roos geworden zijn, vraag ik me wel eens af.

 

Broeder Roger werd vermoord op de dag dat in Keulen de Wereld Jongerendagen begonnen. Dertig jaar na het Jongerenconcilie van Taizé, maar in dezelfde Woodstock-sfeer.

Met dezelfde randverschijnselen, dezelfde jeugdige naïviteit en dezelfde verwarring. Wat hoor ik er toch voor cijfers over. Volgens sommigen zijn er 400.000 jongeren aanwezig, volgens andere bronnen een miljoen. Dat verschil zie je toch?! En het aantal Belgen schommelt tussen 1000 en 1700. Als je dat nog niet geteld krijgt!

 

Toch is niet het aantal, maar vooral het gebeuren op zich veelbetekenend. Twee jaar geleden interviewde ik uitvoerig kardinaal Danneels. Hij stelde vast dat politici op steeds kortere termijn moeten denken, willen ze herverkozen worden. “Dat voordeel hebben kerkvaders,” zei hij, “De Kerk heeft de eeuwigheid.” Toen ik opmerkte dat steeds meer mensen afhaken, sprak hij dat resoluut tegen. “In West-Europa is een tijdelijke ontkerkelijking aan de gang, maar op wereldvlak heeft het nooit zo goed gegaan met de kerk als vandaag. Kijk maar naar de kerk in Afrika, in Zuid-Amerika,…. Die bloeit en groeit!” 

 

De Wereld Jongerendagen zijn er een bewijs van. Zijn al die jongeren nu katholieken? Wellicht niet. Maar even wellicht toch, op hun manier. Voor mij maakt het weinig uit of iemand gelooft in God, in Allah of in een Opperbouwmeester. Als je niet te lichtgelovig bent, mag je zelfs alleen in jezelf geloven. Maar ik zie in Keulen een nieuwe generatie leerkrachten, vaders en moeders, managers, voorgangers, wereldleiders,… aantreden die zich engageert en ergens durft voor gaan.

 

Misschien is dat geen afspiegeling van de mentaliteit in Vlaanderen. Misschien is onze jeugd inderdaad heel erg materialistisch ingesteld, voor wat hoort wat, boter bij de vis en verder niet te veel gezeik, ieder voor zich en geen vlag meer zwaaien op de barricaden.

Misschien heeft die Vlaamse jeugd niet helemaal ongelijk. Maar gelukkig zal ze niet kunnen ontsnappen aan de positieve besmetting door jongeren die elders in de wereld nog in idealen geloven. Want als ’t in Keulen dondert, roffelt het in Vlaanderen.

 

Zo houdt de ene regio de andere in evenwicht. En is het dus nog niet zo slecht gesteld met de wereld.


17:11 Gepost door Luc van Balberghe | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.